logo

Hemodialyse

Hoe verwijder je afvalstoffen uit het bloed als er geen nierfunctie meer is? Met dialyse: een medische behandeling die berust op een ingewikkeld principe.

Bij hemodialyse wordt het bloed gefilterd door een kunstnier. De kunstnier is een klein filter. Er bestaan veel uitvoeringen, maar in elke kunstnier stroomt het bloed langs een groot aantal vliezen (membranen). De membranen zijn gemaakt van kunststof. Sommige stoffen kunnen door de gaatjes heen. Andere stoffen zijn groter en worden door het vlies tegengehouden.

Via een naald wordt het bloed uit uw lichaam door een dialysemachine geleid. De machine pompt het bloed door de kunstnier. In de nier zit aan de ene kant van het membraan een vloeistof, ook wel dialysaat genoemd. Langs de andere kant van het vlies stroomt het bloed. Het bloed en de vloeistof blijven dus altijd gescheiden. De vloeistof trekt afvalstoffen en vocht aan en zuivert op die manier het bloed. Het bloed gaat door de dialysemachine en komt steeds iets schoner in het lichaam terug.

Een kunstnierbehandeling kan maar 10 tot 15 procent van de normale zuivering door gezonde nieren leveren. De dialysemachine zorgt voor een veilig en juist verloop van de dialyse.

Hemodialyse wordt meestal twee of drie keer in de week uitgevoerd en duurt iedere keer drie tot vijf uur. Per behandeling kan er ongeveer 40 tot 90 liter bloed door de kunstnier geleid worden. Een volwassen mens heeft ongeveer vijf liter bloed. Dus uw bloed zal meerdere keren de kunstnier passeren om goed gezuiverd te worden. Behalve in een dialysecentrum is het ook steeds vaker mogelijk om thuis te dialyseren. Er moet dan wel iemand aanwezig zijn om u te assisteren. Dat kan uw partner zijn, maar ook een verpleegkundige van het dialysecentrum.

Om hemodialyse te kunnen doen, moet er ieder keer een ader aangeprikt worden. Een gewone ader is hiervoor niet stevig genoeg. Ook stroomt er niet genoeg bloed door een gewone ader om in een paar uur tijd al het bloed te zuiveren. Daarom wordt er via een operatie een shunt aangebracht, die een ader verbindt met een slagader. Er gaat dan meer bloed door de ader stromen en de wand wordt steviger en dikker. Meestal wordt een shunt aangelegd in een arm en heel soms in het been. Een shunt is aan de buitenkant te zien. Door de toegenomen druk stulpt de ader op sommige plekken wat uit. De shunt moet wel goed functioneren. Van de dialyseverpleegkundige leert u daarom hoe u een shunt verzorgt en controleert.

Dialysekater
Door snelle verandering in de bloedsamenstelling kunt u zich tijdens of na de dialyse moe en ziek voelen. Deze klachten kunnen verminderen door de duur en de frequentie van de dialyse te variëren.

Vormen van hemodialyse

Centrumhemodialyse (CHD)
Centrumhemodialyse (CHD) vindt meestal plaats op de dialyseafdeling van een ziekenhuis. Een dialyseverpleegkundige begeleidt u bij de behandeling. U kunt ook dialyseren in een zelfstandig dialysecentrum. Zo’n centrum heeft altijd afspraken met een ziekenhuis, dat uw behandeling over kan nemen, als er zich tijdens de dialyse problemen voordoen.

Als u overdag dialyseert in een dialysecentrum- of afdeling heeft dit als voordeel dat u er niet elke dag mee bezig hoeft te zijn. Er is altijd een arts of verpleegkundige in de buurt en u kunt ervaringen en verhalen delen met andere dialysepatiënten. Ook kunt u kiezen voor actieve dialyse. U bouwt de machine dan zelf op en vult zelf de lijsten in waarop gewicht, bloeddruk etc. worden bijgehouden. U heeft dan meer inzicht en controle over uw eigen behandeling.

Nachtelijke Centrumhemodialyse (NCHD)

Nachtelijke Centrumhemodialyse (NCHD) is de laatste jaren in opkomst vanwege goede resultaten. Bij nachtdialyse komt u drie of viermaal per week in het ziekenhuis overnachten. Tijdens de slaap wordt het bloed in 7 uur gedialyseerd. De behandeling wordt begeleid door een dialyseverpleegkundige. Dialyse tijdens uw slaap legt minder beslag op uw dagelijkse bezigheden, wat bijvoorbeeld beter is te combineren met werk.

Thuishemodialyse (THD)
Thuishemodialyse (THD) kan overdag, 's avonds en in het weekend. U heeft daarbij wel assistentie nodig. Dat kan uw familie zijn, maar ook een verpleegkundige die speciaal daarvoor aan huis komt (VDA = verpleegkundig dialyse assistent). De ene patiënt wil het liefst alles zelf doen tijdens de dialysebehandeling. U wordt dan alles geleerd over de machine, zodat u zelf de juiste keuzes kunt maken tijdens de dialyse. Andere patiënten kunnen of willen niet alles zelf doen. Dan regelt uw assistent alles. Bij thuisdialyse kunt u 5 a 6 x per week ’s avonds of in het weekend kort dialyseren, zodat een normale werk- of schoolweek mogelijk is. U kunt uw eigen partner of een ander  vertrouwd persoon inzetten als dialyseassistent, zodat er niet steeds wisselende mensen bij de dialyse betrokken zijn. U heeft wat meer vrijheid om eens een uurtje te schuiven met de dialyse en het kan prettig zijn om zelf de verantwoordelijkheid te dragen. Bovendien scheelt het u reistijd en energie.

Nachtelijke thuishemodialyse (NTHD)
Nachtelijke thuishemodialyse (NTHD) heeft als voordeel dat u vaker en langer kunt spoelen, wat een beter resultaat oplevert. U bent dan wel tijdens uw slaap aan het dialyseapparaat verbonden. Het apparaat wordt online bewaakt en voor calamiteiten kunt u gebruik maken van een noodknop. Ook voor deze vorm van thuisdialyse heeft u assistentie nodig van bijvoorbeeld een partner of ouder. De motieven voor nachtelijke thuisdialyse zijn verder dezelfde als bij thuisdialyse overdag.

Behandeling naast hemodialyse

Hemodialyse vervangt niet de volledig functie van nieren. Daarom blijven voeding en aanvullende medicijnen belangrijk. Vooral om stoornissen in de water- en zouthuishouding zoveel mogelijk op te vangen.

Met hemodialyse wordt een beetje vocht uit het lichaam gehaald, maar niet voldoende om de plasfunctie volledig te vervangen. Hierdoor bestaat het gevaar dat uw lichaam overvuld raakt met water. Omdat hiermee uw bloeddruk stijgt, is dit belastend voor uw hart.

Hemodialysepatiënten mogen daarom niet veel drinken en dat is best lastig. U heeft dorst, krijgt een drankje aangeboden en mag niets drinken. Plaspillen zijn soms noodzakelijk. Om overvulling op tijd te signaleren, wordt u goed in de gaten gehouden. Verschijnselen van overvulling zijn gewichtstoename, benauwdheid en ophopingen van vocht . Dergelijke vochtophopingen (oedeem) vallen ’s ochtends het meeste op rond de ogen en ’s avonds rond de enkels. Maar u kunt ook uitdrogen. Dat is het geval als de dialyse te intensief is geweest of u te weinig vocht heeft gebruikt. Uitdroging is te herkennen aan gewichtsvermindering, holle ogen, droge huid en droge slijmvliezen. Vooral in het begin van de dialyse is het zoeken naar een goede balans. Nier in logovorm