Dialysecentra in Nederland
Peritoneaaldialyse
Peritoneaaldialyse werkt volgens hetzelfde principe als hemodialyse: bij beide vormen wordt een halfdoorlaatbaar vlies gebruikt en vindt er uitwisseling plaats tussen het bloed en spoelvloeistof. Bij peritoneaaldialyse wordt uw eigen buikvlies (peritoneum) als dialysefilter tussen uw bloed en een spoelvloeistof gebruikt. Daarom wordt het ook wel buikspoeling genoemd.
Uw buikvlies is ongeveer twee vierkante meter groot en doorweven met heel veel bloedvaten. De wanden van de vaatjes die aan de oppervlakte van het buikvlies liggen, fungeren daarbij als een halfdoorlatend vlies. Vocht en stoffen die uit kleine deeltjes bestaan worden doorgelaten. Stoffen die uit grotere deeltjes bestaan worden tegengehouden omdat de gaatjes in het buikvlies te klein zijn.
Met een operatie wordt via de buikwand een katheter (buisje) in de buikholte geplaatst. De katheter steekt voor een deel uit uw buik en wordt afgesloten met een dopje. Via de katheter laat u spoelvloeistof in en uit uw buik lopen. De vloeistof bevat onder andere glucose (suiker). In de buikholte komt het in contact met het buikvlies en de bloedvaten die aan de oppervlakte hiervan liggen. De glucose zuigt als het ware door het buikvlies heen het vocht en de afvalstoffen uit uw bloed. Als de spoelvloeistof hiermee is verzadigd, dan moet u deze vervangen. Via dezelfde katheter loopt de vloeistof uit de buikholte. De afvalstoffen zijn nu uit uw lichaam verwijderd. Daarna laat u een zak schone spoelvloeistof naar binnen lopen. Om ontstekingen te voorkomen moet dit allemaal zo steriel mogelijk gebeuren.
Uw buikvlies is ongeveer twee vierkante meter groot en doorweven met heel veel bloedvaten. De wanden van de vaatjes die aan de oppervlakte van het buikvlies liggen, fungeren daarbij als een halfdoorlatend vlies. Vocht en stoffen die uit kleine deeltjes bestaan worden doorgelaten. Stoffen die uit grotere deeltjes bestaan worden tegengehouden omdat de gaatjes in het buikvlies te klein zijn.
Met een operatie wordt via de buikwand een katheter (buisje) in de buikholte geplaatst. De katheter steekt voor een deel uit uw buik en wordt afgesloten met een dopje. Via de katheter laat u spoelvloeistof in en uit uw buik lopen. De vloeistof bevat onder andere glucose (suiker). In de buikholte komt het in contact met het buikvlies en de bloedvaten die aan de oppervlakte hiervan liggen. De glucose zuigt als het ware door het buikvlies heen het vocht en de afvalstoffen uit uw bloed. Als de spoelvloeistof hiermee is verzadigd, dan moet u deze vervangen. Via dezelfde katheter loopt de vloeistof uit de buikholte. De afvalstoffen zijn nu uit uw lichaam verwijderd. Daarna laat u een zak schone spoelvloeistof naar binnen lopen. Om ontstekingen te voorkomen moet dit allemaal zo steriel mogelijk gebeuren.
Vormen van peritoneaaldialyse
Er zijn twee vormen van peritoneaaldialyse. In het ene geval (CAPD) wisselt de patiënt zelf handmatig de vloeistof. In het andere geval (APD) wordt dit door een machine gedaan.
Bij CAPD (Continue Ambulante Peritoneaal Dialyse) wisselt u zelf handmatig elke dag 4 à 5 keer de spoelvloeistof. Hygiëne is hierbij erg belangrijk. De behandeling hoeft u overigens niet per se thuis te doen. U bent niet gebonden aan een apparaat of een plaats waar dat apparaat staat. U hoeft niet steeds naar een dialysecentrum en kunt overal de spoelvloeistof wisselen. Dus ook tijdens een dagje uit, op vakantie of op het werk. U draagt zelf de verantwoordelijkheid voor de dialyse en heeft de vrijheid om eens een uurtje te schuiven. Bovendien hoeft u soms een minder streng dieet- en vochtregime te volgen dan bij hemodialyse en heeft u geen dialysekater. Het verschil met APD is dat u niet per se 9 uur per nacht in bed hoeft te liggen.
APD (Automatische Peritoneaal Dialyse) wordt verzorgd door een cycler (machine). Tijdens het slapen voert deze machine de vloeistofwisselingen uit. Dat betekent dat u de dag voor uzelf heeft. Maar omdat u alleen ’s nachts spoelt, is een behandeling - en dus bedrust- van 9 uur vereist. Behalve deze 9 uur bedrust, heeft APD dezelfde kenmerken als CAPD.
Bij CAPD (Continue Ambulante Peritoneaal Dialyse) wisselt u zelf handmatig elke dag 4 à 5 keer de spoelvloeistof. Hygiëne is hierbij erg belangrijk. De behandeling hoeft u overigens niet per se thuis te doen. U bent niet gebonden aan een apparaat of een plaats waar dat apparaat staat. U hoeft niet steeds naar een dialysecentrum en kunt overal de spoelvloeistof wisselen. Dus ook tijdens een dagje uit, op vakantie of op het werk. U draagt zelf de verantwoordelijkheid voor de dialyse en heeft de vrijheid om eens een uurtje te schuiven. Bovendien hoeft u soms een minder streng dieet- en vochtregime te volgen dan bij hemodialyse en heeft u geen dialysekater. Het verschil met APD is dat u niet per se 9 uur per nacht in bed hoeft te liggen.
APD (Automatische Peritoneaal Dialyse) wordt verzorgd door een cycler (machine). Tijdens het slapen voert deze machine de vloeistofwisselingen uit. Dat betekent dat u de dag voor uzelf heeft. Maar omdat u alleen ’s nachts spoelt, is een behandeling - en dus bedrust- van 9 uur vereist. Behalve deze 9 uur bedrust, heeft APD dezelfde kenmerken als CAPD.