logo

Transplantatie

Het transplanteren van een donornier

Dialyse neemt ongeveer 10 tot 15 procent van de normale nierfunctie over. Dat is genoeg voor de belangrijkste lichaamsfuncties, maar te weinig voor een echt goede gezondheid. Een niertransplantatie kan daar wel voor zorgen. U krijgt dan een nieuwe nier, waarmee u, als de nier aanslaat, een redelijk goede gezondheid krijgt. Een enorm verschil in vergelijking met dialyse.

In principe kan iedere dialysepatiënt in aanmerking komen voor transplantatie. Maar door allerlei belemmerende factoren staat maar 1 op de 5 dialysepatiënten op de wachtlijst voor een donornier. Omdat er onvoldoende nierdonoren zijn. Maar ook omdat de algemene lichamelijke conditie niet goed genoeg is, wat vaak voorkomt bij oudere nierpatiënten. Ook kan het zijn dat u een nierziekte heeft gehad, die met zekerheid terugkeert bij een donornier. Patiënten die kanker hebben gehad kunnen de eerste jaren na de kankerbehandeling geen niertransplantatie ondergaan. Transplantatie vergroot bij hen de kans op terugkeer van de kanker.

Voor transplantatie

Als u besloten heeft om in aanmerking te willen komen voor transplantatie volgen er eerst allerlei onderzoeken. Naast onderzoek naar uw algemene gezondheid, met extra aandacht voor hart en bloedvaten, wordt onderzoek gedaan naar bloedgroep en weefselkenmerken. Tevoren is zo duidelijk welke donornier bij u een goede kans van slagen heeft. Voor een actueel beeld wordt bij patiënten op de wachtlijst elke 3 maanden bloed afgenomen voor onderzoek.

Uw gegevens staan in het systeem van de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS). Zij is partner in Eurotransplant en regelt de toewijzing van nieren die beschikbaar komen. Voor patiënten die op de wachtlijst staan, zijn er voorlichtingsbijeenkomsten in de ziekenhuizen, waar zij te zijner tijd hopelijk getransplanteerd worden.

Transplantatie

Bij de transplantatie wordt de donornier in het lichaam van de ontvanger geplaatst. Dat gebeurt niet op de plaats waar uw eigen nieren zitten, maar lager en verder aan de voorkant van de buik. Uw eigen nieren blijven in de meeste gevallen zitten, tenzij ze hinder of gevaar opleveren voor uw gezondheid.

Na transplantatie

Als de operatie slaagt en uw nieuwe nier goed aanslaat, dan bent u een stuk gezonder. Geen dialyse meer en ook geen strenge dieetvoorschriften. Wel blijven medicijnen belangrijk. Zij moeten afstoting van de donornier voorkomen. Helaas hebben die medicijnen vaak vervelende bijwerkingen. Maar dit weegt veelal niet op tegen de gezondheid die u terugwint door de nieuwe nier. Een donornier gaat jarenlang mee, maar meestal geen leven lang. Mensen die op jonge leeftijd nierpatiënt zijn geworden ondergaan in hun leven vaak meerdere transplantaties.

Het behoud van een donornier

Bij elke transplantatie bestaat er een kans dat uw lichaam de donornier afstoot. Die afstoting kan acuut of chronisch zijn.

Acute afstoting
Bij bijna iedereen treedt afstoting in (zeer) geringe mate op. Soms is de afstotingsreactie heviger en moet deze met medicijnen worden behandeld. Ongeveer een kwart van de ontvangers krijgt hiermee één of meermalen te maken. Het is goed voor te stellen dat u bang bent voor deze afstotingsreactie. Zeker in de eerste weken of maanden. Maar maak u niet bij voorbaat al te veel zorgen, acute afstoting is meestal te behandelen. Na zo’n zes maanden zijn acute afstotingsreacties zeldzaam.

Bij een acute afstotingsreactie gaat de getransplanteerde nier minder goed werken of houdt ermee op. U merkt dat er iets mis is als u minder of helemaal niet meer kunt plassen, uw gewicht toeneemt en de bloeddruk stijgt. Afvalstoffen hopen zich op, waardoor het kreatininegehalte in uw bloed stijgt. Soms zit er eiwit in uw urine. Verder kan de plek van de getransplanteerde nier pijn doen en voelt u zich ziek of koortsig. Wanneer ondanks deze klachten en verschijnselen de diagnose moeilijk te stellen is, kan een nierbiopsie van de getransplanteerde nier noodzakelijk zijn.

Bij een nierbiopsie wordt een klein stukje weefsel onder plaatselijke verdoving uit de nier gehaald en in het laboratorium onderzocht. In het ziekenhuis kunnen de verschijnselen al beginnen, maar ook pas als u thuis bent. Acute afstoting is meestal goed te behandelen, als het maar snel gebeurt. Neem daarom meteen contact op met uw internist of nefroloog als voorgaande verschijnselen zich voordoen.

De behandeling bestaat meestal uit een injectie in een ader met een hoge dosis prednison (of methyl prednisolon), gedurende drie of meer dagen. In plaats van injecties kan soms ook de dosis prednison omhoog die u al in tabletvorm gebruikt. Andere medicijnen die gebruikt kunnen worden zijn ATG en OKT 3. Ze worden gedurende tien of meer dagen via een infuus toegediend. Deze medicijnen werken sterker, maar hebben ook meer (mogelijke) bijwerkingen zoals koorts, hoofdpijn, koude rillingen, verhoogde kans op infecties, kortademigheid en diarree. Daarnaast kan rode huiduitslag en pijn in de gewrichten en spieren voorkomen.

Chronische afstoting
Chronische afstoting verloopt sluipend en is vrijwel niet te behandelen. Eigenlijk is de term chronische afstoting niet goed: er wordt mee bedoeld dat er in de nier chronische schade ontstaat. Dit kan het gevolg zijn van afstoting, maar ook van andere factoren zoals hoge bloeddruk en overbelasting van de nier. Er zijn nog geen goede medicijnen voor. Het langzaam achteruitgaan van de werking van uw nier kan in enkele maanden gebeuren, maar soms ook jaren duren.

Als de getransplanteerde nier nog maar voor vijf à tien procent werkt, is dialyse onvermijdelijk. Een nieuwe transplantatie is meestal wel mogelijk. Soms heeft uw lichaam echter antistoffen gevormd tegen de ‘vreemde’ nier. Daardoor kan het moeilijker zijn om een nieuwe passende donornier te vinden.

Medicatie
Om de kans op afstoting te verminderen krijgt u vanaf het moment van transplantatie medicijnen. Meestal is dit prednison, ciclosporine, tracrolimus of mycofenolaat. In een later stadium wordt soms ook azathioprine voorgeschreven. Deze medicijnen onderdrukken afweerreacties. Vaak gaat dit gepaard met bijwerkingen en een verhoogde vatbaarheid voor infecties.

Afhankelijk van hoe het met uw nier gaat kan de dosis van de medicijnen geleidelijk verlaagd worden. Er wordt veel onderzoek gedaan naar betere middelen, doseringen en combinaties van medicijnen. Met als doel om bijwerkingen te beperken. De afgelopen jaren zijn de medicijnen steeds beter geworden en de verwachting is dat deze trend zich voortzet.

Donatie

Het woord zegt het al: voor een donornier is een donor nodig. Iemand dus die een nier afstaat. Orgaandonatie is mogelijk bij overlijden, dit heet postmortale donatie. Iedere Nederlander vanaf 18 jaar wordt gevraagd of hij zijn wensen omtrent orgaandonatie wil laten vastleggen in het Donorregister. Er blijft echter een tekort aan postmortale orgaandonoren. Daardoor wordt meer dan de helft van de niertransplantaties uitgevoerd met nieren van levende donoren. Dit kunnen familieleden zijn, partners of zelfs onbekenden.

Postmortale transplantatie

Zodra er een donornier beschikbaar komt door overlijden, berekent een computer wie de beste ontvanger is. Hoe dat precies werkt kunt u lezen op de NVN-site: Toewijzing van nieren.

Degene die het langst op de wachtlijst staat, is dus om medische redenen lang niet altijd als eerste aan de beurt. Als u daadwerkelijk aan de beurt bent, krijgt u bericht dat u naar het transplantatieziekenhuis moet komen. Ook de donornier gaat daarnaar toe. De operatie wordt zo snel mogelijk gedaan. De maximale tijd die kan verstrijken tussen de uitname van de nier uit het lichaam van de donor en de operatie van de ontvanger is 36 uur.

Er is geen contact tussen u en de nabestaanden van de donor. Nabestaanden horen wel welke organen zijn getransplanteerd en wat uw leeftijd en geslacht is. Deze informatie krijgt u ook over uw donor. Bovendien wordt u verteld u of er sprake was van heartbeating donatie (van een hersendode donor) of van non-heartbeating donatie (van een donor die na hartstilstand is overleden). U kunt uiteraard altijd een bedankbrief (zonder eigen persoonlijke gegevens) sturen aan de nabestaanden. Al deze informatie verloopt via transplantatiecoördinatoren.

Transplant Eren Dag
Elke twee jaar is er een Transplant Eren Dag. Ontvangers van donornieren kunnen daar gezamenlijk hun  dank betuigen aan nabestaanden. De Transplant Eren Dag wordt georganiseerd door de Stichting Transplantatie Nu!, een samenwerkingsverband van verenigingen voor hart-, long-, lever- en nierpatiënten.

Donortekort
In het Donorregister staan meer dan 3 miljoen Nederlanders die bereid zijn om bij overlijden organen af te staan. Toch komt orgaandonatie maar 200 x per jaar voor. Dat komt doordat de kans om donor te worden maar heel klein is. Ook wanneer je in het Donorregister staat. Wachttijden voor patiënten lopen op tot meer dan vier jaar. Overigens is het afstaan van donornieren tegen betaling in Nederland verboden. En terecht, orgaanhandel zou de slechtste oplossing zijn van het donortekort.

Transplantatie van een levende donor

Een levend persoon kan nierdonor worden, omdat nieren een flinke overcapaciteit hebben. Een gezond mens kan zonder problemen leven met één nier. Toch is een dergelijke donatie altijd een belangrijke en bijzondere beslissing.

Relatietransplantatie
Bij relatietransplantatie staat een naaste een nier aan u af. Meestal is dat een partner, familielid of goede vriend(in). Iemand die wil helpen om de dialyse te kunnen staken. Of zelfs om dialyse te voorkómen. Want ook als u nog niet dialyseert, kunt u voorbereid worden op transplantatie, dit heet pre-emptieve transplantatie. Als er een levende donor uit uw omgeving beschikbaar is, volgt onderzoek of transplantatie mogelijk is. Hierbij wordt eerst onderzocht of bloedgroep en weefselkenmerken van u en uw donor voldoende overeenkomsten hebben.

Als er groen licht is voor de donatie, komt u samen met uw donor op de wachtlijst voor operatie in het  transplantatieziekenhuis. Het kan zijn dat u enkele maanden moet wachten. Maar als het zover is, worden u en uw donor tegelijk opgeroepen en op dezelfde dag geopereerd. De donornier is dan maar kort buiten het lichaam, waardoor de resultaten veelbelovend zijn. Een dergelijke nier functioneert gemiddeld 20 jaar. Dat is lang, maar ook op een nier van een levende donor kan geen “garantie” gegeven  worden. Dat is een van de aspecten die relatietransplantatie tot een grote en moeilijke beslissing maken. Lees meer over donatie bij leven

Uitgebreide informatie voor mensen die overwegen bij leven een nier af te staan, vindt u in de brochure Nierdonatie bij leven.
Bloedgroepcombinaties bij relatietransplantatie

 Nierpatiënt met bloedgroep
Kan een nier krijgen van een donor met bloedgroep
 A  A of O
 B  B of O
 AB  A, B, AB of O
 O  O

Als de bloedgroep van donor en ontvanger niet voldoende overeenkomen, is directe transplantatie normaal gesproken niet mogelijk.

Een nieuwe techniek maakt het mogelijk om uit het bloed van de ontvanger, de antistoffen van de donor weg te filteren. Daarna kan bloedgroepoverstijgend getransplanteerd worden. Toepassing van deze techniek is medisch gezien heel complex. Ook zijn de kosten van een dergelijke transplantatie hoog. Om beide redenen wordt de techniek alleen bij uitzondering gedaan en pas nadat andere transplantatieopties zijn mislukt.

U kunt ook cross-over transplantatie overwegen.

Pre-emptieve niertransplantatie
Pre-emptieve transplantatie is transplantatie die plaatsvindt voordat u moet gaan dialyseren. Pre-emptieve transplantatie is alleen mogelijk als iemand bij leven een nier aan u wil afstaan. Want de wachtlijst voor een nier van een overleden donor is alleen toegankelijk voor nierpatiënten die al dialyseren.

U kunt met de maatschappelijk werker van het dialysecentrum, of met de prédialyseverpleegkundige bespreken of u die moeilijke vraag stelt in uw familie. En zo ja, op welke manier. U kunt over dit onderwerp ook (gratis) bellen met de Luistertelefoon van de NVN: 0800 - 022 66 67. Op werkdagen van 10 tot 16 uur en op maandagavond van 19 tot 22 uur.

Cross-over transplantatie
Als een donor u een nier bij leven wil afstaan kan het zijn dat uw bloedgroepen en weefselkenmerken niet voldoende matchen. In elk opzicht een teleurstelling en zonde van de bereidheid tot donatie. Sinds een aantal jaren kunt u zich met uw donor aanmelden voor de ‘cross-over pool’. Uit deze pool wordt een ander koppel gezocht, waarmee de donornieren uitgewisseld kunnen worden:

D = donor O = ontvanger
De donor van paar A staat een nier af aan de ontvanger van paar B. De nier van donor B gaat naar ontvanger A. De koppels A en B blijven anoniem voor elkaar. De operaties van de donoren en ontvangers vinden tegelijkertijd plaats. De koppels blijven daarbij anoniem voor elkaar.

In het voorbeeld hierboven ruilen 2 koppels met elkaar. In de praktijk komt het soms ook voor dat er 3 of zelfs 4 koppels nodig zijn om een goede match te maken. Meestal hebben de transplantaties plaats in de ziekenhuizen van de ontvangers. De donoren reizen daar dus zo nodig naar toe.

Omdat de koppels anoniem blijven voor elkaar, moeten de ziekenhuizen ervoor zorgen dat de donoren en ontvangers niet met elkaar in contact komen. Dat vergt een flinke organisatie, vooral als de operaties in één en hetzelfde ziekenhuis plaatsvinden. Maar het uiteindelijke doel, zoveel mogelijk nierpatiënten uit dialyse houden of halen, is er natuurlijk erg mee gediend!

Er wordt 4x per jaar een matching gedaan. Een computerprogramma berekent dan of er koppels in de cross-over pool zitten die met elkaar kunnen ruilen. Als er voor u geen geschikte match is gevonden, blijft u in de pool en doet u bij de volgende ronde opnieuw mee.

Wat uw kansen zijn in de cross-over pool hangt vooral af van uw bloedgroep. De meest voorkomende bloedgroep is O. Een donor met bloedgroep O kan een nier afstaan aan alle andere bloedgroepen. Er zullen dus niet zoveel donoren met bloedgroep O in de cross-over pool zitten. Maar een nierpatiënt met bloedgroep O kan alleen een nier ontvangen van een donor met bloedgroep O. Die patiënt heeft dus maar een kleine kans op een geschikte match. Lees meer over cross-over niertransplantatie
Altruïstische donatie
Altruïsme betekent: onbaatzuchtigheid. Altruïstische donatie betekent dat iemand belangeloos een nier afstaat aan een nierpatiënt die hij of zij niet kent. De donor meldt zich aan bij de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS). Die selecteert een passende ontvanger uit de patiënten op de wachtlijst. Deze patiënten wachten dus eigenlijk op een postmortale donatie. Het ziekenhuis waar de transplantatie plaats heeft, zorgt dat de donor en ontvanger anoniem voor elkaar blijven.

Altruïstische donatie komt zelden, maar wel steeds vaker voor. Tot enkele jaren geleden werden deze donoren niet geaccepteerd. Er werd op voorhand getwijfeld aan hun mentale gezondheid. Ten onrechte, weten we inmiddels uit onderzoek. Mede onder druk van het donortekort wordt hun aanbod nu wel benut. Een andere uitdrukking voor altruïstische donatie is Samaritaanse donatie. De term verwijst naar de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan in het evangelie van Lucas (Nieuwe Testament). Nier in logovorm