logo

Mobiliteit

Voor vervoer voor medische behandelingen, maar ook voor werk, hobby’s en bezoek aan vrienden en familie zijn er verschillende vervoersmogelijkheden en vergoedingen beschikbaar.

Vervoer voor medische behandelingen

Voor dialysepatiënten betaalt de zorgverzekering de reiskosten van huis naar dialysecentrum en terug. Er geldt wel een jaarlijkse eigen bijdrage voor ‘zittend ziekenvervoer’. In 2009 is die bijdrage 89 euro.  

Als u niet dialyseert, maar wel regelmatig met de taxi naar het ziekenhuis moet, bijvoorbeeld in de periode vlak na een transplantatie, dan is er een vangnetregeling (hardheidsclausule) waarmee u wellicht toch recht heeft op een kostenvergoeding. De verzekeraar vergoedt de goedkoopste vervoermogelijkheid die verantwoord is. Dat kan het openbaar vervoer zijn (2e klasse), maar vanwege de gezondheidstoestand van nierpatiënten gaat het meestal om een vergoeding voor eigen vervoer of een taxi.  

De vergoeding voor vervoer met eigen auto bedraagt € 0,28 per kilometer (vergoeding 2009). Let op: u krijgt per dialyse één heen- en terugreis vergoed. Ook als u gebracht en gehaald wordt en er twee heen -en terugritten worden gemaakt.

Bij vervoer per taxi spreekt de verzekeraar een vergoeding af met het taxibedrijf. Meestal krijgt u individueel taxivervoer. Tenzij u samen dialyseert met een patiënt die heel dicht bij u in de buurt woont. Er zijn echter geen wettelijke normen voor dat gecombineerde taxivervoer.

Vervoer van en naar het werk

Als het lastig is om op de gebruikelijke manier van en naar uw werk te reizen, dan kunt u bij het UWV een voorziening voor werkvervoer aanvragen.

Vervoer in verband met uw sociale leven

Voor vervoer binnen de gemeentegrenzen kunt u via de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) bij de gemeente een vervoersvoorziening aanvragen. Voor het vervoer buiten de gemeentegrenzen kunt u een Valys-pas aanvragen met daarop een persoonlijk kilometerbudget.

Rijbevoegdheid en dialyse

Ook met een nieraandoening kunt u autorijden. Tenminste als uw gezichtsvermogen en concentratievermogen voldoende zijn en u niet elke dag medicijnen gebruikt die de rijvaardigheid beïnvloeden. Ook kan het zijn dat u bepaalde dagen of dagdelen niet kunt rijden. Bijvoorbeeld na hemodialyse. Als u niet in staat bent om veilig aan het verkeer deel te nemen, dan mag u dat ook niet doen. Dat geldt voor iedereen.
Het CBR informeert u over de procedures voor het halen of verlengen van een rijbewijs als u chronisch ziek bent.

Aanpassing van uw eigen auto

U kunt uw eigen auto aan laten passen om te blijven rijden. Als de gemeente oordeelt dat u geen gebruik kunt maken van goedkoper collectief vervoer, dan zal zij u een vergoeding geven voor de aanpassingskosten. Als u de aangepaste auto vooral gebruikt om naar uw werk of opleidingsinstituut te reizen, dan moet u de vergoeding aanvragen via het UWV.

Scootmobiel, invalide-auto of aangepaste fiets
Via uw gemeente kunt u een scootmobiel of een invalide-auto aanvragen. Is de scootmobiel of invalide-auto bedoeld om naar uw werk of opleidingsinstituut te reizen, dan moet u de aanvraag bij het UWV doen. Een brommobiel is geen officieel gehandicaptenvoertuig en wordt niet vergoed. Vanaf 2010 is er een AM-rijbewijs voor nodig.

Voor het aanvragen van een gehandicaptenparkeerkaart (GPK) of een gehandicaptenparkeerplaats (GPP) kunt u ook bij uw gemeente terecht. Doet de gemeente niets én kunt u met uw inkomen geen fiets met hulpmotor kopen, dan kunt u bij de afdeling Sociaal Beleid van de Nierstichting een tegemoetkoming aanvragen voor de meerkosten van een aangepaste fiets. Bij de beoordeling van uw aanvraag hoort een inkomenstoets. De afdeling is te bereiken via telefoonnummer 035 697 80 20 of per e-mail: sociaalbeleid@nierstichting.nl. Nier in logovorm