logo

De Nierstichting

Orgaandonatie na overlijden

Vitale organen en weefsels: nieren, lever, hart, alvleesklier, darmen, longen, hoornvliezen, hartkleppen, huid, bloedvaten, botweefsel, kraakbeen en pezen. Bij leven kan een nier en gedeelten van de lever beschikbaar worden gesteld.
Een donor (iemand die organen en/of weefsels afstaat na overlijden) is van grote betekenis voor zieke mensen in de samenleving. Een orgaan zoals een hart of een long kan voor iemand anders levenreddend zijn: een groot aantal mensen overlijdt jaarlijks tijdens het wachten op een nieuw orgaan. Een donor kan dus het leven van één of meer mensen redden.
In het geval van de nieren kan een nier van een overleden persoon vijftig procent van iemands nierfunctie teruggeven. Dat betekent voor nierpatiënten een enorme verbetering van de gezondheid en van de kwaliteit van leven. Ook weefsels kunnen worden gedoneerd aan zieke mensen, zo kan een donor ervoor zorgen dat iemand beter kan zien na een hoornvliestransplantatie, of kan een donor door middel van donatie van (delen van) bot een beenamputatie bij iemand voorkomen.

Bij donorregistratie kunt u aangeven indien u bepaalde organen of weefsels uit wilt sluiten van donatie.

Voor verhalen van dankbare mensen die een orgaan of weefsel van een donor hebben ontvangen zie de website www.donorenbedankt.nl of het blog van de Nierstichting.
Digitaal registreren is mogelijk via www.donorregister.nl. U kunt ook een formulier downloaden op www.donorregister.nl of deze opvragen via 0900 821 2166 (Donorregister, lokaal tarief). Het donorregistratieformulier is soms ook verkrijgbaar bij de huisarts en de apotheek.

In het jaar dat iemand 18 wordt, krijgt hij/zij automatisch het donorregistratieformulier thuisgestuurd. Voorlichting over alle aspecten rond het donorschap vindt u op www.donorvoorlichting.nl
Absoluut niet. Medisch specialisten die niet betrokken zijn bij de transplantatie stellen de dood van de hersenen vast aan de hand van een wettelijk protocol, het hersendoodprotocol. Het hersendoodprotocol beschrijft stapsgewijs welke onderzoeken artsen moeten uitvoeren om de dood van de hersenen vast te stellen. Het protocol wordt regelmatig aangepast aan de laatste stand van de medische wetenschap. Het onderzoek voor het vaststellen van de hersendood gebeurt in alle ziekenhuizen op dezelfde manier.
Hersendood is het onherstelbaar en volledig verlies van de hersenfunctie: iemand die hersendood is kan niet meer zelfstandig ademhalen. Ook alle andere hersenfuncties, zoals het regelen van bloeddruk en temperatuur, zijn uitgevallen. De hersendood wordt vastgesteld door meerdere artsen volgens een uitvoerige, vastgestelde procedure. Voor nabestaanden is een hersendoodverklaring een heel moeilijke mededeling: door de kunstmatige beademing ziet de hersendode er niet dood uit. Hij lijkt te slapen, heeft een normale huidskleur en voelt nog warm aan. Het blijven behandelen van een hersendode is echter zinloos, deze persoon is immers overleden.
Nee. Het uitnemen van de organen of weefsels gebeurt heel zorgvuldig. Met respect voor de overledene en de nabestaanden. De nabestaanden van een orgaandonor moeten wel voorbereid zijn op de extra bleke kleur van de overledene die veroorzaakt is door bloedverlies bij de donoroperatie.
Het donorformulier is een formulier waarop u aangeeft of u wel of niet donor wilt zijn na uw overlijden. U heeft de volgende keuzes:
  • Keuze 1: Ja, ik stel mijn organen en weefsels na mijn overlijden beschikbaar voor transplantatie. (Desgewenst kunnen organen en/of weefsels van donatie worden uitgesloten.)
  • Keuze 2: Nee, ik geef geen toestemming. Ik stel mijn organen en weefsels na mijn overlijden niet beschikbaar voor transplantatie.
  • Keuze 3: Ik laat de beslissing over aan mijn familie en eventuele partner. Mijn nabestaanden beslissen of mijn organen en weefsels beschikbaar zijn voor transplantatie.
  • Keuze 4: Ik laat de beslissing over aan een specifieke persoon die de beslissing mag nemen na mijn overlijden. Hij of zij beslist of mijn organen en weefsels beschikbaar zijn voor transplantatie.
In principe kan iedereen donor zijn, ongeacht gezondheid en leeftijd. Iemand van bijvoorbeeld 71 jaar kan nog donor zijn van hoornvliezen en je kunt tot ca. 75 jaar nierdonor zijn.

Of iemand uiteindelijk ook donor wordt, hangt af van het moment, de oorzaak en de plaats van overlijden. Ook de lichaamsconditie van de overledene en de kwaliteit van de organen en weefsels zijn hierbij van belang.
Ja. Vanaf 12 jaar mag men zich laten registreren. Kinderen jonger dan 12 jaar kunnen nog geen keuze laten vastleggen. Voor hen nemen ouders of voogd een beslissing bij overlijden.
Ja. Als u medicijnen gebruikt kunt u donor zijn. Als u overlijdt, kijken artsen of ze de organen en weefsels kunnen gebruiken om te transplanteren. Soms zijn organen bijvoorbeeld niet geschikt, maar weefsels wel.
Ja, als door ziekte een bepaald orgaan of weefsel is aangetast, blijven er vaak nog organen en weefsels over die wel gebruikt kunnen worden. Alleen HIV-patiënten en mensen die overleden zijn aan bloedvergiftiging kunnen geen donor zijn. (bron: www.donorvoorlichting.nl
Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen heteroseksuele en homoseksuele potentiële donoren. Homoseksualiteit geldt niet als uitsluitingsgrond. Risicovol seksueel gedrag kan wel een reden zijn om donatie uit te sluiten. Na overlijden vraagt de arts altijd aan de nabestaanden of de potentiële donor tot een risicogroep voor hiv-overdracht behoorde (bijvoorbeeld door onveilig vrijen). Het maakt daarbij niet uit of de partner van hetzelfde geslacht is.
Nee, in Nederland is het niet mogelijk om voorwaarden aan de ontvanger te stellen. In de Wet op de orgaandonatie (WOD) is vastgelegd dat De Nederlandse Transplantatiestichting (NTS) de organen en weefsels toewijst door de opgeslagen medische gegevens van iedereen die op de wachtlijst staat te matchen met de informatie van de donor. De geschikte ontvangende patiënt op de wachtlijst wordt bepaald aan de hand van een speciaal computerprogramma. Bij nierdonatie bij leven kan de gever wel bepalen aan wie hij de nier geeft.
Ja, u kunt uw keuze elk moment herzien. Dat doet u door een nieuw donorformulier in te vullen en op te sturen, of door uw registratie via www.donorregister.nl te wijzigen. Verandert uw naam of adres, dan geeft u dat door aan uw gemeente. Het donorregister ontvangt dan automatisch uw nieuwe gegevens.
Wanneer iemand geen keuze in het Donorregister laat vastlegeggen, dan moeten de nabestaanden een beslissing nemen. Ook wanneer de overledene heeft aangegeven dat hij of zij de keuze graag aan de nabestaanden laat. Nabestaanden kunnen dan toestemmen of weigeren. Als er een keuze is vastgelegd door de overledene, dan wordt aan de nabestaanden geen toestemming meer gevraagd. De nabestaanden worden uiteraard wel over het besluit geïnformeerd. De geregistreerde keuze is de wettelijke wilsbeschikking van de overledene. In de praktijk gebeurt het een enkele keer per jaar dat de nabestaanden in overleg met de arts tegen de wens van de overledene ingaan. De gronden hiervoor moeten zeer zwaarwegend zijn.