Bij Charlotte Trieschnigg zijn al twee donornieren afgestoten. Toch blijft ze optimistisch en vindt ze naast haar werk ook nog tijd en energie om zich voor de collecte van de Nierstichting in te zetten.
Charlotte Trieschnigg zullen veel mensen zich nog herinneren van de Grote Donorshow uit 2007 waarbij de zogenaamde donor een acteur bleek te zijn. Maar de nierpatiënten in deze show waren absoluut wel echte patiënten, en ze wachtten alle drie op een donornier. Zo ook Charlotte, bij wie een eerdere donornier het na negen jaar opgaf. Tijdens de Donorshow van BNN werd uiteindelijk geen nier weggegeven, maar een paar maanden later kwam er voor Charlotte wel een donornier beschikbaar.
Helaas werd die binnen een halfjaar weer afgestoten, een halfjaar waarin Charlotte de ene behandeling na de andere moest ondergaan om te proberen de nier te behouden. Sindsdien dialyseert ze weer. Ondanks deze tegenslagen blijft Charlotte een vat vol optimisme. ‘Het gaat nu best goed met me. Ik dialyseer ’s nachts, in het dialysecentrum, en ik voel me daar beter bij. Voorheen spoelde ik drie keer per week overdag, in totaal 13,5 uur; nu vier keer acht uur. Doordat ik meer dan dubbel zoveel uren maak, draait de machine langzamer en is de belasting minder groot. Ook heb ik veel minder medicatie nodig, eigenlijk slik ik alleen nog vitaminepillen.’ Het verschil met de periode dat Charlotte net haar transplantatienier had gekregen kán haast niet groter. ‘Dat was vreselijk. Ik kreeg heel veel medicatie om de nier maar te behouden, maar daardoor werden al mijn antistoffen kapotgemaakt. Mijn weerstand was nihil en ik kreeg een zware longontsteking. Ik heb geen dag van die nier kunnen genieten, ik was alleen maar ziek.’
Grote glimlach
Charlotte gaat niet uit van de beperkingen die haar ziekte met zich meebrengt en van de dingen die ze niet kan, maar van alles wat wél mogelijk is. ‘Ik vind het heel belangrijk om mijn werk te behouden - ik begeleid verstandelijk gehandicapten - én om leuke dingen te doen. Wel heb ik ondertussen geleerd me erbij neer te leggen als iets niet lukt. Vorig jaar ben ik een opleiding tot maatschappelijk werker begonnen, maar of ik die kan afmaken weet ik niet. Het gaat niet vlekkeloos. Omdat ik nierpatiënt ben, heb ik dit voorjaar een derde herkansing voor een assessment gekregen. Ik pak die kans omdat ik dolgraag dóór wil, maar als blijkt dat het niet gaat, dan is het niet anders.’
Wat Charlotte in ieder geval wel gaat doen, is collecteren voor de Nierstichting. ‘Toen ik in Zeist woonde, heb ik een aantal jaren met veel plezier gecollecteerd. Nu woon ik in het centrum van Haarlem, waar nog nooit een collectant bij me aan de deur is geweest. Dus ik dacht: daar kan ík verandering in brengen. Vanaf nu wordt er ook in de binnenstad van Haarlem gecollecteerd!’ Toen Charlotte zich bij de Nierstichting aanmeldde als collectant kreeg ze de vraag of ze misschien ook wijkcoördinator wilde worden. ‘Het leek me meteen hartstikke leuk, dan zie je ook eens hoe het op die manier werkt. Als wijkcoördinator moet je de collectanten aansturen, zorgen dat de papieren en het geld goed geregeld zijn, dat vind ik leuke dingen om te doen. Ik ben nog maar net begonnen en weet nog niet exact hoe het allemaal werkt, maar ik heb er hartstikke zin in. Ook het collecteren zelf vind ik leuk. Ik stap altijd met een grote glimlach op de mensen af en als ze niks willen geven, geeft het ook niet. Mijn ervaring is dat als je vriendelijk en vrolijk op iedereen afstapt, je heel veel geld kunt ophalen.’
Heftige weg
Charlotte heeft zin in de collecte en als mensen vragen hebben over de collectecampagne zal ze die graag beantwoorden. ‘Het is goed dat de Nierstichting zoveel aandacht besteedt aan preventie. Vaak kunnen mensen met beginnende nierschade door relatief kleine aanpassingen in hun levensstijl veel narigheid voorkomen. Dat is heel belangrijk want als je eenmaal chronisch nierpatiënt bent, heb je een heftige weg te gaan in je leven. Daar kan ik over meepraten!’