Folder
Onderzoek van de nieren
Wanneer de huisarts vermoedt dat bij iemand de nierfunctie is verminderd, zal hij of zij vaak direct onderzoek van bloed en/of urine laten doen. Want hoe eerder nierschade aan het licht komt, hoe meer mogelijkheden er zijn om de nierfunctie te behouden en wellicht te verbeteren. In heel zeldzame gevallen kan de nierfunctie snél achteruit gaan en moet direct worden behandeld. Bij mensen met bekende nierschade wordt regelmatig bloed- en urineonderzoek gedaan om het verloop van de ziekte in de gaten gehouden.
Bloedonderzoek
Wanneer de nierfilters hun werk niet goed doen, hopen zich afvalstoffen op in het bloed. Bij laboratoriumonderzoek van het bloed zijn dan onder andere het creatinine en het ureum verhoogd. In het algemeen geldt: hoe hoger het creatinine en ureum in het bloed, hoe slechter de nierfunctie. Maar het bloedonderzoek zegt meestal niets over de oorzaak van de nierschade.
Urineonderzoek
Met behulp van teststrookjes kan worden onderzocht of er eiwitten, suiker of bloed in de urine zit. Normaal horen deze stoffen niet in de urine aanwezig te zijn. In het laboratorium kan de urine ook worden onderzocht met een microscoop, bijvoorbeeld om te kijken of er bepaalde cellen of kristallen in zitten. Kristallen kunnen wijzen op nierstenen.
Bij urineweginfecties wordt urine gekweekt om er achter te komen welke bacterie de oorzaak is. Soms is het nodig om gedurende 24 uur urine te ‘sparen’. Dan kan heel nauwkeurig de nierfunctie worden bepaald en de hoeveelheid eiwitten die door de nierfilters ‘lekt’ en met de urine verloren gaat.
Bij urineweginfecties wordt urine gekweekt om er achter te komen welke bacterie de oorzaak is. Soms is het nodig om gedurende 24 uur urine te ‘sparen’. Dan kan heel nauwkeurig de nierfunctie worden bepaald en de hoeveelheid eiwitten die door de nierfilters ‘lekt’ en met de urine verloren gaat.
Onderzoek van nierweefsel
Soms is het nodig nierweefsel te onderzoeken om de oorzaak van de verminderde nierfunctie te achterhalen. Onder plaatselijke verdoving wordt dan met een naald door de huid een klein beetje nierweefsel weggehaald. Deze biopsie wordt door de patholoog anatoom verder onderzocht.
Beeldvormende onderzoeken
De nieren en de urinewegen kunnen op veel manieren in beeld worden gebracht. Dit geeft meer specifieke informatie over afwijkingen van de nieren en de urinewegen.
Beeldvormend onderzoek van de nieren en de urinewegen is niet pijnlijk en niet gevaarlijk. Alleen het inspuiten van contrastvloeistof kan soms even vervelend zijn.
- Echo-onderzoek met geluidsgolven wordt veel gedaan en geeft via een beeldscherm veel informatie over eventuele afwijkingen in de nieren.
- Bij röntgenonderzoek van nieren en urinewegen wordt meestal gebruik gemaakt van contrastvloeistof om een duidelijk beeld te krijgen. De contrastvloeistof wordt ingespoten in het bloed of via de plasbuis in de blaas gebracht.
- Een CT-scan is een vorm van röntgenonderzoek waarmee details van de nieren en de directe omgeving zichtbaar worden gemaakt. Ook hierbij wordt vaak een contrastvloeistof ingespoten.
- En bij isotopenonderzoek wordt een kleine hoeveelheid radioactief materiaal ingespoten in het bloed. Dit concentreert zich in de nieren en de urinewegen en kan met een speciaal soort foto zichtbaar worden gemaakt.
Beeldvormend onderzoek van de nieren en de urinewegen is niet pijnlijk en niet gevaarlijk. Alleen het inspuiten van contrastvloeistof kan soms even vervelend zijn.