logo
Judith Wierdsma, verpleegkundige

Begrippenlijst

Een ader (of vene) is een bloedvat dat zuurstofarm bloed naar het hart voert. aap
Albumine is een bloedeiwit. Het zorgt ervoor dat de hoeveelheid water in de bloedbaan (en dus het totale volume bloed) op peil blijft. Daarnaast heeft albumine een rol in transport van stoffen in het bloed. Bij schade aan de nierfilters kan het eiwit het filter passeren en wordt de albumine onbedoeld uitgeplast. Er is dan sprake van albuminurie. 
Albuminurie betekent dat het eiwit albumine in de urine wordt gevonden. Dat eiwit hoort thuis in het bloed, maar is per ongeluk de nierfilters gepasseerd. We onderscheiden micro-albuminurie en macro-albuminurie. 
Anemie wordt veroorzaakt doordat de nieren niet voldoende erytropoëtine (EPO) produceren. EPO is het hormoon dat de aanmaak van rode bloedcellen stimuleert. Als het bloed te weinig rode bloedcellen bevat, krijgt het lichaam niet voldoende zuurstof. 
Een vorm van dialyseren, waarbij het buikvlies (peritoneum) als filter wordt gebruikt. Spoelvloeistof wordt via een katheter in de buikholte gebracht. Bij APD (Automatische Peritoneaal Dialyse) gebeurt dit nachts automatisch door een machine.
Ziekte die optreedt wanneer het immuunsysteem (afweersysteem) van het lichaam ten onrechte het lichaam zelf aanvalt. Voorbeelden van auto-immuunziekten van de nieren zijn: SLE-nefritis, Ziekte van Goodpasture, Ziekte van Wegener.
Zie Anemie.
Buikvliesspoeling of peritoneaal dialyse is een behandeling die gedeeltelijk de werking van de nieren overneemt waarbij het buikvlies als filter wordt gebruikt. Ongeveer 2,5 liter spoelvloeistof wordt via een katheter in de buikholte gebracht. De spoelvloeistof trekt overtollig vocht, zouten en afvalstoffen aan. Er zijn twee vormen buikvliesspoeling: zie CAPD en APD.
Calcium is de scheikundige naam voor kalk. Ons lichaam heeft kalk nodig voor de botopbouw. Die stof komt dan ook voor in ons bloed. Calciumspiegel betekent: het kalkgehalte in het bloed.
Bij CAPD (Continue Ambulante Peritoneaal Dialyse) vindt de peritoneaaldialyse (buikspoeling) plaats zonder machine. Via een slangetje in de buikwand (katheter) wordt een zak spoelvloeistof in de buikholte gebracht. Het buikvlies fungeert als filter. Na een aantal uren wordt de spoelvloeistof verwijderd via de katheter en een nieuwe zak spoelvloeistof in de buikholte gebracht. De wisselingen worden 4 á 5 keer per dag uitgevoerd. Zie Buikvliesspoeling.
Als het lichaam eiwit verteert blijft er creatinine over. De nieren halen die creatinine uit het bloed en zorgen ervoor dat het met de urine wordt uitgeplast. Eén van de manieren om te zien of de nieren goed werken, is de bepaling van de concentratie creatinine in bloed. Is deze concentratie te hoog, dan werken de nieren niet goed. 
De creatinine klaring geeft een globale schatting van de nierfunctie. Zie GFR.
Vorm van transplanteren, ook wel gepaarde donorruil of ruiltransplantatie genoemd. Als de bloedgroepen van de donor en ontvanger niet bij elkaar passen (bloedgroepencompatibiliteit) of als de ontvanger antistoffen heeft aangemaakt tegen de donor (positieve kruisproef) kan een cross-over (kruislingse) transplantatie worden overwogen. Gezocht wordt dan naar een ander koppel dat in dezelfde situatie zit. De behandelend arts kan het koppel aanmelden bij Eurotransplant in Leiden.
Bij dialyse (zowel peritoneaal - als hemodialyse) wordt dialysaat gebruikt, een soort reinigende spoelvloeistof. 
Dialyse wordt vaak ‘spoelen’ genoemd. Dialyse betekent letterlijk ‘scheiding van stoffen’. Tijdens de dialyse wordt het bloed op kunstmatige wijze gefilterd. Afvalstoffen en vocht worden verwijderd terwijl nuttige stoffen achterblijven.
Een donornier is een nier die door een donor ‘bij leven’ of na overlijden wordt afgestaan voor een niertransplantatie. 
Erytropoëtine, ofwel EPO, is het hormoon dat de aanmaak van rode bloedcellen stimuleert. EPO wordt gemaakt door de nieren. Als de nieren niet werken, ontstaat er dus een tekort aan EPO in het lichaam. Daardoor bevat het bloed te weinig rode bloedcellen. Gezonde rode bloedcellen vervoeren zuurstof door het lichaam. Als het bloed te weinig rode bloedcellen bevat, krijgt het lichaam dus niet voldoende zuurstof. De patiënt krijgt dan anemie of bloedarmoede. Dan kan toediening van kunstmatige EPO helpen. 
Terminaal nierfalen (eindstadium van chronische nierinsufficiëntie), dat wil zeggen dat de nierfunctie blijvend zodanig is verslechterd dat nierfunctievervangende therapie (dialyse of transplantatie) noodzakelijk is. 
Fosfaat is een mineraal. We hebben fosfaat nodig voor de stevigheid van onze botten. Het zorgt tevens dat het bloed de goede zuurgraad heeft. We krijgen fosfaat binnen door (eiwitrijke) voeding. Het teveel aan fosfaat wordt door de nieren uit het bloed gehaald en uitgeplast. Bij nierpatiënten werkt dat systeem niet goed. Daardoor blijft er teveel fosfaat in het bloed zitten. Dat kan leiden tot botproblemen en aderverkalking. De fosfaatspiegel is de hoeveelheid fosfaat in ons bloed. Als het lichaam de fosfaatspiegel zelf niet voldoende onder controle kan houden, wordt dat geregeld met fosfaatbinders.
Een fosfaatbinder is een geneesmiddel dat ervoor zorgt dat het fosfaat uit de voeding niet in het bloed wordt opgenomen. 
Afkorting van Glomerular Filtration Rate. Maat voor de snelheid waarmee de nieren het bloed zuiveren. De GFR waarde geeft aan hoe goed de nieren (nog) functioneren. Ofwel: in welk stadium de nierziekte zich bevindt.
Zie Nierfilter.
Behandeling met een kunstnier wordt hemodialyse genoemd. Een kunstnier is een filter dat ongeveer hetzelfde doet als de nieren. Wanneer de werking van de nieren nog maar 10% is, is behandeling met een kunstnier noodzakelijk. Hemodialyse kan plaatsvinden op de dialyseafdeling van het ziekenhuis, een zelfstandig dialysecentrum of soms thuis.
Veelal wordt met een Hemoglobine bepaling (Hb) beoordeeld of er voldoende rode bloedcellen in het bloed aanwezig zijn. 
Zie Hypertensie.
Zie Katheter.
Hoge bloeddruk kan worden veroorzaakt door te veel vocht in de bloedvaten of door vernauwing van de bloedvaten. Bloeddruk is de druk die door het bloed wordt uitgeoefend op de vaatwanden direct na het hart, wanneer het net door het hart is uitgepompt. Bloeddruk gaat bij elke hartslag op en neer. Daardoor zijn er twee maten: de bovendruk en de onderdruk. We spreken van hypertensie als er continu sprake is van te hoge bloeddruk. Dat kan gevaarlijk zijn, onder andere voor de nieren. Hypertensie moet dan ook altijd aangepakt worden. Dat kan door aanpassing van leefstijl, door medicijnen of door een combinatie van beide. 
Het systeem waarmee een groot aantal cellen en moleculen in het lichaam samenwerken om het lichaam te beschermen tegen indringers: virussen, schadelijke bacteriën en parasieten. Het immuunsysteem werkt ook als opruimer van gifstoffen en zieke lichaamscellen. Er kunnen zich echter complicaties voordoen: Soms keert het immuunsysteem zich per ongeluk tegen het eigen lichaam; dan is er sprake van een auto-immuunziekte. Het immuunsysteem herkent ook een donornier als lichaamsvreemd. Als daar niets aan gedaan wordt met medicijnen zal het lichaam een donornier afstoten.
Letterlijk: afweeronderdrukker. Een immunosuppressivum is een medicijn dat de natuurlijke reacties van het immuunsysteem onderdrukt. Immunosuppressiva worden toegediend aan mensen met een donororgaan. Het dient om te voorkomen dat het lichaam de donornier herkent als lichaamsvreemde indringer en een afstoting veroorzaakt. Ook patiënten met een auto-immuunziekte krijgen immunosuppressiva voorgeschreven. Dat moet voorkomen dat het op hol geslagen immuunsysteem het eigen lichaam aanvalt.
Kalium is een mineraal. Het lichaam heeft kalium nodig om zenuwprikkels over te kunnen brengen. Bovendien speelt het een rol in de waterhuishouding van ons lichaam. De nieren halen het teveel aan kalium uit het bloed en zorgen dat het wordt uitgeplast. Bij nierpatiënten werkt dat systeem niet goed. Daardoor blijft er te veel kalium in het bloed achter. Dat kan tot hartklachten leiden. Vandaar dat nierpatiënten minder kaliumrijke voeding gebruiken. Een vervelende beperking, want kalium zit veel in onder andere koffie, chocola, groenten en fruit. 
Als het kaliumgehalte, ondanks dieet, niet laag genoeg blijft of wordt, kan de arts (tijdelijk) kaliumbindende medicijnen voorschrijven.
Bij buikvliesspoeling zowel bij CAPD als APD wordt een toegang tot de buikholte gemaakt. Een slangetje (katheter) wordt met een kleine operatie door de buikwand in de buikholte aangebracht. De katheter wordt zo geplaatst dat verschuiven niet goed mogelijk is. Het uiteinde dat uit de huid komt wordt aangesloten op een tussenstuk van metaal waaraan de verbindingsslang wordt bevestigd. De verbindingsslang wordt gekoppeld aan de zak spoelvloeistof. 
Laboratoriumproef, waarbij een beetje bloed van een potentiële nierdonor en dat van een potentiële ontvanger bij elkaar gebracht wordt. De proef dient om tevoren te kijken of de nierpatiënt een nier van deze donor kan ontvangen. Als de patiënt antistoffen in het bloed heeft tegen de weefselkenmerken van de beoogde donor, dan treedt klontering op bij het samenvoegen van het bloed. De kruisproef heet dan positief; dat is dus geen goed nieuws. Een transplantatie is in dat geval niet mogelijk. 
Kt/V (spreek uit: K-T-over-V) drukt de efficiëntie van een dialysebehandeling uit. Het is een formule, waarbij Kt staat voor: klaring x dialysetijd, en de V staat voor het verdelingsvolume van het ureum.
Onderdeel van een hemodialyse behandeling. De kunstnier heeft twee compartimenten. Deze worden gescheiden door een membraan. Door het ene compartiment stroomt de dialysevloeistof. Door het andere stroomt (in tegenovergestelde richting) het bloed van de patiënt. 
Een membraan is een vlies of een dun weefsellaagje. Het membraan kan werken als filter: het kan bepaalde deeltjes uit het ene compartiment wel doorlaten naar het andere. En andere deeltjes worden niet doorgelaten. Het membraan in een kunstnier filtert afvalproducten uit het bloed. Bij buikspoeling fungeren de wanden van de kleine adertjes aan de oppervlakte van het buikvlies als membraan. Zo wordt ook weer het afval uit het bloed gehaald en opgenomen in de spoelvloeistof in de buikholte.
Natrium is een mineraal. Het regelt het bloedvolume en heeft invloed op de bloeddruk. Hoe hoger de concentratie natriumionen, hoe hoger de bloeddruk. Als uw bloeddruk te hoog is (of dreigt te worden) is een natriumbeperkt (of zelfs natriumvrij) dieet nodig. Vroeger noemden we dat zoutarm/zoutloos, omdat we natrium binnen krijgen met zout. 
Operatieve verwijdering van een nier. Nieren die niet meer werken worden gewoonlijk niet verwijderd. Nefrectomie vindt alleen plaats als de patiënt hinder ondervindt van de niet-werkende nier. 
Internist gespecialiseerd in nierziekten. Hij werkt op de afdeling inwendige geneeskunde. De nefroloog is verantwoordelijk voor de medische zorg van de nierpatiënt en de behandeling op de lange termijn.
Ook wel tubulus genoemd. Een met cellen bekleed buisje dat begint bij de nierfilter en het vocht uit de filter omzet in (voor) urine.
Het afstaan van een nier ‘bij leven’ komt voor bij relatietransplantatie en bij cross-over transplantatie. Weloverwogen heeft men dan het besluit genomen een nier af te staan aan iemand uit de naaste omgeving. Vaak omdat de wachttijd voor een nieuwe nier te lang is. Het is mogelijk een nier bij leven af te staan omdat leven met één nier goed mogelijk is. 
Een nierdonor is iemand die bij leven of bij overlijden een nier afstaat. Wie bereid is om bij overlijden weefsels en organen af te staan, laat dat vastleggen in het Donorregister. 
Haarvat dat voor filtratie zorgt. Ook wel glomeruli genoemd. 
Nierinsufficiëntie betekent onvoldoende nierwerking. Het nierweefsel is door een aandoening aangetast.

Wanneer niet wordt ingegrepen - wat niet altijd mogelijk is - kan de nier steeds verder achteruit gaan en ontstaat er chronische nierinsufficiëntie. Op den duur als de nier achteruit blijft gaan dan is een niervervangende behandeling noodzakelijk (dialyse of transplantatie).
Het is ook mogelijk - met name nieren - te doneren uit het lichaam van iemand waarvan de bloedcirculatie is gestopt bij bijvoorbeeld een acute hartstilstand. De overledene wordt niet kunstmatig beademd maar krijgt via een katheter in de liesstreek een vloeistof toegediend om de nieren door te spoelen. Alleen dan blijven de nieren geschikt voor transplantatie. Dit kan nog binnen 45 minuten na overlijden gebeuren en is daarom alleen mogelijk als de donor in of vlakbij een ziekenhuis overlijdt. 
Zwelling, veroorzaakt door teveel vocht in het lichaam. Oedeem treedt op bij nierpatiënten die overvuld zijn. Dat kan voorkomen bij mensen met een slechte nierfunctie. Bij dialysepatiënten betekent het dat de dialyse niet bij machte is geweest de overtollige hoeveelheid vocht aan het bloed te onttrekken.
Donatie van nieren die beschikbaar komen na overlijden. Als iemand overlijdt in omstandigheden die daarvoor geschikt zijn, en hij staat met een positieve keuze in het Donorregister, dan wordt overgegaan tot orgaandonatie. De donororganen worden met behulp van een computersysteem van Eurotransplant toegewezen aan de meest geschikte patiënten op de wachtlijst.
Pre-emptieve transplantatie is transplantatie die plaatsvindt voordat de patiënt moet gaan dialyseren. Het is de beste therapie bij terminaal nierfalen. Er is wel een levende donor voor nodig. De wachtlijst voor een nier van een overleden donor is alleen toegankelijk voor nierpatiënten die al dialyseren. 
Bij deze transplantatie wordt gebruik gemaakt van een orgaan van een levende donor. Een relatie van de ontvanger, een familielid of een ander met wie een langdurige goede relatie bestaat, staat ‘bij leven’ een orgaan af.
Het woord is afkomstig uit het Latijn. Het betekent: met betrekking tot de nieren. 
Renine is een hormoon dat geproduceerd wordt door de nieren. Het helpt bij het regelen van de bloeddruk en de hoeveelheid vocht in het lichaam.

Renine is ook de naam van een stichting die tot taak heeft kerngegevens te registreren van de dialyse- en transplantatiepatiënten in Nederland. De registratie van deze gegevens wordt uitgevoerd met medewerking van alle dialysecentra in Nederland. 
Een shunt is een verbinding tussen een ader en een slagader die wordt aangebracht om het bloed via twee slangetjes van en naar de kunstnier te voeren. Er zijn twee soorten shunts. Een tijdelijke shunt wordt gemaakt als overbrugging. De permanente shunt wordt operatief aangelegd tussen de slagader en de ader meestal in de onderarm. Andere benamingen voor shunt: AV-fistel of graft.
Een slagader (of arterie) is een bloedvat dat zuurstofrijk bloed van het hart naar de organen en weefsels voert.
Zie Dialyse.
Terminaal nierfalen (terminale nierinsufficiëntie) wil zeggen dat de nierfunctie blijvend zodanig is verslechterd dat dialyse of transplantatie noodzakelijk is. In percentage van de nierwerking uitgedrukt: onder de 10 á 15%. Het woord ‘terminaal’ betekent letterlijk:’laatste’. Dat slaat op het stadium van de nierziekte. De patiënt is niet in de terminale fase van zijn leven!
Het woord betekent letterlijk: dat wat getransplanteerd is. In de ‘nierwereld’ is de betekenis dan ook: donornier.
Transplantatie betekent letterlijk het overplaatsen van weefsel of organen. De term ‘implantatie’ betekent het daadwerkelijk inbrengen van het donororgaan of - weefsel in de ontvanger. Technisch gezien is een niertransplantatie geen ingewikkelde operatie. Iedereen die voor transplantatie in aanmerking komt wordt door de arts aangemeld bij Eurotransplant in Leiden. De wachttijd voor een nieuwe nier is afhankelijk van de weefselkenmerken en bloedgroep van de ontvanger. 
De transplantatiecoördinator werkt in een transplantatiecentrum. Hij of zij heeft de volgende taken:
- coördinatie en organisatie van de donorwerving in de regio
- begeleiding van de orgaandonatieprocedure op de intensive care en operatiekamer
- assistentie bij de orgaanuitname
- voorlichting en onderwijs over orgaandonatie en -transplantatie in de ziekenhuizen en bij verpleegkundige vervolgopleidingen
- advisering/ondersteuning van het donatiebeleid van de regionale ziekenhuizen.
Zie Nierbuisje.
Urineleider. Afvoerbuis die urine van de nier naar de blaas voert. De lengte van een urether bij een volwassen mens is tussen de 25 en 35 cm.
Plasbuis. Afvoerbuis die de urine vanuit de blaas uit het lichaam voert.
Ureum is een afbraakproduct van de eiwithuishouding. Elk eiwitmolecuul bevat stikstofatomen. Als het lichaam eiwit verteert, zet de lever de overblijvende stikstof om in ureum. De nieren halen het ureum weer uit het bloed en zorgen dat het uitgeplast wordt. Bij nierziekten gebeurt dit niet of onvoldoende. Daardoor blijft het ureum onbedoeld in het bloed zitten. Dat kan leiden tot vergiftigingsverschijnselen. 
Zie Ader.
Een lijnenset bij hemodialyse die het bloed van de kunstnier naar het lichaam van de patiënt terugvoert. 
Verborgen nierschade wil zeggen dat de nieren, zonder dat er klachten zijn, slechter werken. De nieren zijn beschadigd, waardoor eiwit in de urine 'lekt'. In dat geval kan de nierfunctie mogelijk sneller achteruitgaan dan normaal. Vroege opsporing van verborgen nierschade is dus nodig om ernstig nierfunctieverlies te voorkomen. 
Dialysepatiënten krijgen te maken met vochtbeperking. 
Het wisselen van verzadigde spoelvloeistof voor schone vloeistof bij (C)APD. Eerst laat de patiënt of het apparaat bij APD de verzadigde spoelvloeistof uit de buik lopen. De opvangzak kan nadien geleegd worden in een toilet of andere waterafvoer. Als de ‘vuile’ spoelvloeistof uit de buikholte is gelopen, laat de patiënt schone spoelvloeistof inlopen. Voor APD geldt dat de machine de schone spoelvloeistof laat inlopen.