Bij leven kunt u een nier, een deel van de lever, beenmerg of bloed doneren. Steeds meer nierpatiënten zijn geholpen met een nier van een levende donor. Mede als gevolg van het grote tekort aan postmortale donornieren worden per jaar zelfs méér niertransplantaties gerealiseerd met nieren van een levende donor, dan met een nier van een overleden donor.
Transplantatie met een nier van een levende donor noemen we relatietransplantatie. Eigenlijk is die term een beetje verouderd, omdat de donor lang niet altijd een relatie heeft met de ontvanger van zijn of haar nier. Hier informeren we u over de mogelijkheden, de voordelen en risico’s van donatie bij leven. Ook vindt u er
antwoorden op veelgestelde vragen. Uitgebreide informatie over transplantatie leest u
hier.
Ingrijpende beslissing
Het in volle gezondheid afstaan van een nier is een zeer grote beslissing. Een beslissing die tijd vraagt en niet impulsief genomen moet worden. Het gaat immers toch om een middelzware operatie en daarna ben je enige tijd uit de running, zeker wat werk betreft. En het is spannend: het succes van de transplantatie is onzeker, maar is wél bepalend voor de kwaliteit van leven van uw naaste.
Ook donatie bij leven van organen en weefsels is geregeld in de Wet op de orgaandonatie (WOD). Daarin wordt benadrukt dat het besluit tot donatie bij leven in volstrekte vrijheid en zonder enige morele druk tot stand moet komen. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan, wanneer een dierbare verslechtert op de wachtlijst. De brochure
Nierdonatie bij leven van de Nierstichting is speciaal geschreven voor mensen die overwegen een nier af te staan.
Relatietransplantatie heeft voordelen
Het belangrijkste voordeel van relatietransplantatie is dat de ontvanger van de donornier minder lang hoeft te wachten! Dat betekent minder lang (of helemaal niet) dialyseren. Dat is gunstig, want uit onderzoek blijkt dat de donornier beter ‘aanslaat’ als mensen voorafgaand aan de transplantatie kort of niet dialyseren. Hun conditie is dan beter. Er zijn ook andere voordelen. Bijvoorbeeld een betere ‘match’ in weefselkenmerken bij een familietransplantatie en de kans de transplantatie goed te plannen.
De Nierstichting vindt het belangrijk dat relatietransplantatie in Nederland mogelijk is en goed gebeurt. Het is immers een extra kans om een nierpatiënt een nieuwe toekomst te geven. Tegelijkertijd blijft zij zoeken naar manieren om het aantal postmortale donororganen te vergroten. Dat is nodig, alleen al omdat honderden (nier)patiënten niet (kunnen) worden geholpen met een donatie bij leven. Op de pagina
Donatie en transplantatie leest u hoe de Nierstichting dat doet. Bovendien informeert de Nierstichting donoren over de geldelijke steun die verstrekt kan worden in verband met de uitgaven en kosten die een levende nierdonatie met zich mee kunnen brengen. Vanaf 1 juni 2009 is de Nierstichting door VWS gemandateerd voor de uitvoering van deze vergoedingsregeling. Meer informatie vindt u onder
Sociaal Beleid.
Wie kan nierdonor zijn?
De meeste mensen hebben twee nieren. Leven met één nier is goed mogelijk. Iedereen die gezond is en meerderjarig kan in principe een nier doneren aan iemand die er een nodig heeft om te overleven. Het moet in elk geval een weloverwogen beslissing zijn! Als iemand overweegt bij leven een nier af te staan kijken artsen en psychologen goed naar de gezondheid en motivatie. Uiteraard moeten ook de details voor een wederzijds succesvolle transplantatie kloppen: bloedgroep, weefselkenmerken en de kans voor de donor om alsnog een nierziekte te krijgen.