Nephron+
Implanteerbare kunstnier
Gestarte projecten >
Actueel >
Patiënten met eindstadium nierfalen die (nog) niet in aanmerking komen voor een transplantatie, zijn aangewezen op dialyse behandeling die het bloed reinigt van afvalstoffen, het vochtoverschot en zouten verwijdert en tevens de zuurgraad van het bloed reguleert. Hoewel de dialyse een hoogwaardige techniek is, gaat deze nog steeds gepaard met vele complicaties en legt de behandeling een enorme beperking van de kwaliteit van leven op. Op dit moment is niertransplantatie wellicht de beste behandelingsmethode voor ernstig nierfalen, maar door het tekort aan orgaandonoren is de meerderheid van de nierpatiënten aangewezen op dialyse. Met het programma ‘Implanteerbare Kunstnier’ beoogt de Nierstichting de complicaties van de dialysebehandeling te reduceren door het onderzoek naar innovatieve oplossingen voor verbetering van de dialysetechniek te bevorderen. Doel uiteindelijk is om de nierfunctie zo adequaat en compleet mogelijk te kunnen vervangen.
Actueel >
Patiënten met eindstadium nierfalen die (nog) niet in aanmerking komen voor een transplantatie, zijn aangewezen op dialyse behandeling die het bloed reinigt van afvalstoffen, het vochtoverschot en zouten verwijdert en tevens de zuurgraad van het bloed reguleert. Hoewel de dialyse een hoogwaardige techniek is, gaat deze nog steeds gepaard met vele complicaties en legt de behandeling een enorme beperking van de kwaliteit van leven op. Op dit moment is niertransplantatie wellicht de beste behandelingsmethode voor ernstig nierfalen, maar door het tekort aan orgaandonoren is de meerderheid van de nierpatiënten aangewezen op dialyse. Met het programma ‘Implanteerbare Kunstnier’ beoogt de Nierstichting de complicaties van de dialysebehandeling te reduceren door het onderzoek naar innovatieve oplossingen voor verbetering van de dialysetechniek te bevorderen. Doel uiteindelijk is om de nierfunctie zo adequaat en compleet mogelijk te kunnen vervangen.
Speerpunten
Speerpunten van het programma zijn:
1. Bestrijding van uremie, door verwijdering van afvalstoffen (uremische toxines) die door de huidige dialysetechniek slechts in beperkte mate verwijderd kunnen worden. Ophoping van deze afvalstoffen blijkt op lange termijn nadelige effecten te hebben op hart- en bloedvaten.
2. Continue techniek, door het miniaturiseren van de huidige dialysetechniek. Te denken valt aan andere methoden van bloedzuivering dan alleen diffusie, zoals bijvoorbeeld adsorptie van afvalstoffen. Door miniaturisatie wordt het mogelijk om het aantal behandelingsuren op een comfortabele manier te verhogen. Hierdoor zal de patiënt minder last hebben van abrupte schommelingen in het interne milieu van de patiënt (vocht en zoutbalans). Deze grote schommelingen worden niet alleen als zeer onprettig ervaren, maar zijn ook slecht voor hart- en vaatfunctie.
3. Behoud/ vervanging van biologische nierfunctie. Naast het reguleren van vocht- en zoutbalans speelt de nier een essentiële rol in onze calcium- en fosfaathuishouding en regulatie en/of productie van vitamine D, erythropoietine en belangrijke immuunmediatoren. Het belang van biologische nierfunctie wordt nog eens onderstreept door het feit dat dialysepatiënten met restnierfunctie onevenredig beter af zijn dan patiënten zonder restnierfunctie. Door (stam)cel technologie trachten we de restnierfunctie te behouden, dan wel te vervangen middels een biologische kunstnier.
Het realiseren van bovengenoemde doelen is een grote uitdaging. Onze ultieme droom blijft een ‘implanteerbare kunstnier’, waarvan de contouren steeds duidelijker wijzen naar een ‘gekweekte’ nier van stamcellen die in of buiten het lichaam tot stand komt. De ontwikkeling van nierstamcel technologie en het leren begrijpen van nierherstel is hiervoor een belangrijke voorwaarde. Om een doorbraak te bereiken is meer onderzoek en samenwerking tussen verschillende onderzoeksdisciplines hard nodig. We realiseren ons dat er nog een lange en onzekere weg te gaan is.
Focus 2010
1. Bestrijding van uremie, door verwijdering van afvalstoffen (uremische toxines) die door de huidige dialysetechniek slechts in beperkte mate verwijderd kunnen worden. Ophoping van deze afvalstoffen blijkt op lange termijn nadelige effecten te hebben op hart- en bloedvaten.
2. Continue techniek, door het miniaturiseren van de huidige dialysetechniek. Te denken valt aan andere methoden van bloedzuivering dan alleen diffusie, zoals bijvoorbeeld adsorptie van afvalstoffen. Door miniaturisatie wordt het mogelijk om het aantal behandelingsuren op een comfortabele manier te verhogen. Hierdoor zal de patiënt minder last hebben van abrupte schommelingen in het interne milieu van de patiënt (vocht en zoutbalans). Deze grote schommelingen worden niet alleen als zeer onprettig ervaren, maar zijn ook slecht voor hart- en vaatfunctie.
3. Behoud/ vervanging van biologische nierfunctie. Naast het reguleren van vocht- en zoutbalans speelt de nier een essentiële rol in onze calcium- en fosfaathuishouding en regulatie en/of productie van vitamine D, erythropoietine en belangrijke immuunmediatoren. Het belang van biologische nierfunctie wordt nog eens onderstreept door het feit dat dialysepatiënten met restnierfunctie onevenredig beter af zijn dan patiënten zonder restnierfunctie. Door (stam)cel technologie trachten we de restnierfunctie te behouden, dan wel te vervangen middels een biologische kunstnier.
Het realiseren van bovengenoemde doelen is een grote uitdaging. Onze ultieme droom blijft een ‘implanteerbare kunstnier’, waarvan de contouren steeds duidelijker wijzen naar een ‘gekweekte’ nier van stamcellen die in of buiten het lichaam tot stand komt. De ontwikkeling van nierstamcel technologie en het leren begrijpen van nierherstel is hiervoor een belangrijke voorwaarde. Om een doorbraak te bereiken is meer onderzoek en samenwerking tussen verschillende onderzoeksdisciplines hard nodig. We realiseren ons dat er nog een lange en onzekere weg te gaan is.
Focus 2010
- Participatie in onderzoeksprojecten gericht op de ontwikkeling van de draagbare en biologische kunstnier.
- Versterking en continuering van de strategische onderzoeksagenda door de oprichting van een publiek-private samenwerking.