logo

Voor professionals

Eiwitverlies effect op bloeddrukverlagers

31 januari 2008
Mensen met albuminurie hebben een verhoogd risico op nier-, hart- en vaatziekten. Cornelis Boersma, farmaceut en promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen, analyseerde de medische gegevens van meer dan 8500 Groningers en ontdekte dat preventieve maatregelen beter werken als de hoeveelheid eiwitverlies groter is.

PREVEND-studie

Dit heeft belangrijke consequenties voor toekomstige preventieprogramma’s. De resultaten van dit onderzoek zijn op 30 januari 2008 bekend gemaakt in het British Journal of Clinical Pharmacology.

Om te onderzoeken of mensen met eiwitverlies in de urine een verhoogd risico hebben op nier-, hart- en vaatziekten is met steun van de Nierstichting de PREVEND-studie (Prevention of REnal and Vascular ENd-stage Disease) opgezet. Hiervoor hebben meer dan 8500 Groningers in 1997 urine ingeleverd, waarna het eiwitgehalte in deze monsters in het laboratorium nauwkeurig gemeten is. De Groningers zijn daarna jarenlang gevolgd, o.a. wat betreft het gebruik van medicijnen en het optreden van hart- en vaatziekten. 

ACE-remmer

Uit een nieuwe data-analyse van de Groningse gegevens door Cornelis Boersma blijkt dat mensen met hoge bloeddruk alleen een verhoogd risico lopen op hart- en vaatziekten als zij ook eiwitverlies in de urine hebben. Belangrijker nog is de bevinding dat de effectiviteit van bloeddrukverlagende behandeling afhankelijk is van de hoeveelheid eiwitverlies in de urine: hoe meer eiwitverlies, des te beter bloeddrukverlagende geneesmiddelen hart- en vaatziekten kunnen voorkomen. Een huisarts zal 111 mensen met hoge bloeddruk moeten behandelen om 1 hersen- of hartinfarct te voorkomen als er geen eiwitverlies is, versus slechts 8 als er wel eiwitverlies is. Bovendien suggereren deze nieuwe gegevens dat – als je hart- en vaatziekten wilt voorkomen – mensen met meer eiwitverlies wellicht het beste een zogenaamde ACE-remmer (een specifiek bloeddrukverlagend middel) kunnen gaan slikken. 

Screening

Deze resultaten hebben belangrijke consequenties voor een eventueel grootschalig preventieprogramma: door te screenen op albuminurie kan men sneller die mensen met een hoge bloeddruk opsporen die een hoog risico hebben op het krijgen van hart- en vaatziekten. Bovendien kan er nu beter bepaald worden bij wie je het beste bloeddrukverlagers kan voorschrijven. In een dergelijk preventieprogramma kunnen mensen bijvoorbeeld om de vier jaar hun urine laten testen in het laboratorium, waarna bij afwijkende waarden er eventueel medicijnen voorgeschreven kunnen worden. De onderzoekers willen daarom nu gaan achterhalen in welke groepen mensen een dergelijke screening het meest (kosten)effectief zal zijn.  Nier in logovorm