'Niet tevreden achteroverleunen'
8 januari 2007
Interview met T. Rabelink, voorzitter WR
Met ingang van de derde subsidieronde in 2006 van BWO, het onderzoekprogramma van de Nierstichting, is Ton Rabelink voorzitter van de Wetenschapsraad (WR). Rabelink is sinds 2004 hoogleraar Nefrologie in Leiden, toen hij met zijn onderzoeksgroep uit Utrecht naar het LUMC kwam.
Ton Rabelink
Wat zijn de belangrijke onderwerpen voor het nieronderzoek?
Belangrijk is ten eerste preventie. We zien bijvoorbeeld dat insulineresistentie en diabetische nefropathie toenemen. Schade in de nieren en verminderde nierfunctie hangen samen met hart- en vaatziekten en diabetes, meten van de nierfunctie is een belangrijke diagnosetechniek. Het nieronderzoek zou zich actief in dat veld moeten bewegen.
Als je kijkt naar de technologie voor de behandeling van nierfalen, dan zie je dat het principe van de hemodialyse sinds de uitvinding in 1943 niet wezenlijk is veranderd. Op het gebied van transplantatie innoveren onderzoekers heel goed, maar het aantal orgaandonoren blijft te laag. Er worden meer transplantaties uitgevoerd met marginale donornieren.
De ontwikkeling van celtherapie is daarom heel belangrijk. Stamcellen en voorlopercellen spelen een grote rol in schade- en herstelprocessen in de nier, ook bij getransplanteerde nieren. Het gaat ook om differentiatie naar dendritische cellen, het ontstaan van afstoting en het ontwikkelen van tolerantie. Het onderwerp overlapt met de bio-artificiële nier.
Wat kan beter in het Nederlandse nieronderzoek?
Ten eerste, de kwaliteit van het nieronderzoek in Nederland is hoog, dat is een pluspunt. Er wordt internationaal uitstekend gepresteerd.
Maar het veld zou meer naar buiten moeten treden. Ik ervaar het als te verzuild. Traditioneel is het klein, maar je moet over de muren heen kijken, dan zou het nog beter worden.
Wat ook beter moet is het binden van jong talent. Toen ik studeerde wilde men òf cardioloog òf nefroloog worden. Het veld had meer aantrekkingskracht, dat levert goede mensen op. De beperkte mogelijkheden voor carrière-ontwikkeling van jonge mensen is nu een makke van de nefrologie. Het Career Stimulation Program van de Nierstichting is een aanzet tot verandering.
Er is kortom meer dynamiek nodig om de kwaliteit te behouden. We moeten niet tevreden achteroverleunen maar meedoen met de belangrijke ontwikkelingen, anders verliezen we het.
Hoe is het onderzoeksklimaat in Nederland?
Dat kan beter. Dat vind ik ook een missie voor de Nierstichting: je kunt dat klimaat beïnvloeden om het te verbeteren. Je kunt bijvoorbeeld vanuit de Nierstichting aanvulling met privaat geld zoeken om de infrastructuur te activeren en nieuwe, dure onderwerpen aan te pakken. Zo maak je het verschil. Een goed voorbeeld is de actie rond de implanteerbare kunstnier.
Wat zijn de speerpunten van het nieronderzoek in Leiden?
Van oudsher diabetische nefropathie en transplantatie, een nieuwe strategie baseert zich op de vasculaire traditie uit Utrecht en de immunologische van Leiden. We willen innoveren op het gebied van de celtherapie. Het is een logische stap, van orgaantransplantatie naar celtransplantatie, maar het is geen eenvoudige weg.
Regeneratieve geneeskunde in de zin van het kweken van organen, daar geloof ik niet zo in. Maar wel in het repareren van beschadigde organen. Celtherapie in de nieren zou bijvoorbeeld betekenen dat je het behoud van bloedvaten en glomeruli van donornieren beïnvloedt met stamcellen of progenitorcellen. Je moet het milieu van de cellen zodanig sturen dat het de cellen aanspoort tot herstel. Denk bijvoorbeeld aan de rol van groeifactoren. Celtherapie is dus niet een 'magic bullet'.
Maar eerst moeten we goed uitzoeken wat je kunt doen op dit gebied. Ik verwacht de eerste klinische studies niet binnen vijf jaar. Ik ben ook mordicus tegen de stamcelcowboys die nu al onbewezen behandelingen aanbieden. Meer inzicht in de fundamentele mechanismen is de sleutel voor het ontwikkelen van celtherapie.
Zie ook:
Auteur: Arjen Rienks
Belangrijk is ten eerste preventie. We zien bijvoorbeeld dat insulineresistentie en diabetische nefropathie toenemen. Schade in de nieren en verminderde nierfunctie hangen samen met hart- en vaatziekten en diabetes, meten van de nierfunctie is een belangrijke diagnosetechniek. Het nieronderzoek zou zich actief in dat veld moeten bewegen.
Als je kijkt naar de technologie voor de behandeling van nierfalen, dan zie je dat het principe van de hemodialyse sinds de uitvinding in 1943 niet wezenlijk is veranderd. Op het gebied van transplantatie innoveren onderzoekers heel goed, maar het aantal orgaandonoren blijft te laag. Er worden meer transplantaties uitgevoerd met marginale donornieren.
De ontwikkeling van celtherapie is daarom heel belangrijk. Stamcellen en voorlopercellen spelen een grote rol in schade- en herstelprocessen in de nier, ook bij getransplanteerde nieren. Het gaat ook om differentiatie naar dendritische cellen, het ontstaan van afstoting en het ontwikkelen van tolerantie. Het onderwerp overlapt met de bio-artificiële nier.
Wat kan beter in het Nederlandse nieronderzoek?
Ten eerste, de kwaliteit van het nieronderzoek in Nederland is hoog, dat is een pluspunt. Er wordt internationaal uitstekend gepresteerd.
Maar het veld zou meer naar buiten moeten treden. Ik ervaar het als te verzuild. Traditioneel is het klein, maar je moet over de muren heen kijken, dan zou het nog beter worden.
Wat ook beter moet is het binden van jong talent. Toen ik studeerde wilde men òf cardioloog òf nefroloog worden. Het veld had meer aantrekkingskracht, dat levert goede mensen op. De beperkte mogelijkheden voor carrière-ontwikkeling van jonge mensen is nu een makke van de nefrologie. Het Career Stimulation Program van de Nierstichting is een aanzet tot verandering.
Er is kortom meer dynamiek nodig om de kwaliteit te behouden. We moeten niet tevreden achteroverleunen maar meedoen met de belangrijke ontwikkelingen, anders verliezen we het.
Hoe is het onderzoeksklimaat in Nederland?
Dat kan beter. Dat vind ik ook een missie voor de Nierstichting: je kunt dat klimaat beïnvloeden om het te verbeteren. Je kunt bijvoorbeeld vanuit de Nierstichting aanvulling met privaat geld zoeken om de infrastructuur te activeren en nieuwe, dure onderwerpen aan te pakken. Zo maak je het verschil. Een goed voorbeeld is de actie rond de implanteerbare kunstnier.
Wat zijn de speerpunten van het nieronderzoek in Leiden?
Van oudsher diabetische nefropathie en transplantatie, een nieuwe strategie baseert zich op de vasculaire traditie uit Utrecht en de immunologische van Leiden. We willen innoveren op het gebied van de celtherapie. Het is een logische stap, van orgaantransplantatie naar celtransplantatie, maar het is geen eenvoudige weg.
Regeneratieve geneeskunde in de zin van het kweken van organen, daar geloof ik niet zo in. Maar wel in het repareren van beschadigde organen. Celtherapie in de nieren zou bijvoorbeeld betekenen dat je het behoud van bloedvaten en glomeruli van donornieren beïnvloedt met stamcellen of progenitorcellen. Je moet het milieu van de cellen zodanig sturen dat het de cellen aanspoort tot herstel. Denk bijvoorbeeld aan de rol van groeifactoren. Celtherapie is dus niet een 'magic bullet'.
Maar eerst moeten we goed uitzoeken wat je kunt doen op dit gebied. Ik verwacht de eerste klinische studies niet binnen vijf jaar. Ik ben ook mordicus tegen de stamcelcowboys die nu al onbewezen behandelingen aanbieden. Meer inzicht in de fundamentele mechanismen is de sleutel voor het ontwikkelen van celtherapie.
Zie ook:
- Researchprogramma Nephrology 1
- Researchprogramma Nephrology 2
- Cicero, uitgave 5 maart 2004
- Prof.dr. A.J. Rabelink, Leiden scientists and scholars
- Stem cell therapy for glomerular disease
Auteur: Arjen Rienks
