logo

Voor professionals

Nederlands nieronderzoek succesvol en ambitieus

12 september 2011
Ineke ten Berge (AMC Amsterdam, afdeling Inwendige Geneeskunde) is de nieuwe voorzitter van de Wetenschappelijke Raad van de Nierstichting (WR). De WR adviseert over onderzoek en beoordeelt aanvragen. Het onderzoeksprogramma bestaat uit het Kolff Programma, dat zich richt op persoonlijke beurzen, het Innovatie Programma dat vernieuwende ideeën ondersteunt, en het Consortia Programma voor samenwerkende onderzoeksgroepen.
Ineke ten Berge
 Ineke ten Berge

Wat zijn in het onderzoek op dit moment belangrijke onderwerpen voor de patiënt?

Onderzoek naar de oorzaken van nierziekten blijft nodig. We zien verder een enorme toename van overgewicht die nierziekten, hoge bloeddruk en diabetes veroorzaakt. Preventie blijft daarom enorm belangrijk. Daarnaast de rol van bloedvaten: hoge bloeddruk, risico op hart- en vaatziekten, het zijn zaken waar veel patiënten mee te maken krijgen. Ook moeten we alert blijven op innovatie in de dialysetechnieken.

Ook is een focus op pre-emptieve transplantatie erg belangrijk, transplantatie vóór de start van dialyse. De nier komt hierbij van een levende donor. Uit onderzoek blijkt dat de overleving van nierpatiënten het hoogst is vergeleken met alle andere opties. Het is de beste behandeling van nierfalen met de hoogste kwaliteit van leven. We willen na transplantatie uiteindelijk tolerantie bereiken, de patiënt heeft dan de afweeronderdrukkende medicatie niet meer nodig.

Moet de Nierstichting zich meer gaan richten op toegepast onderzoek?
Fundamenteel onderzoek is essentieel voor het inzicht in een ziekte, het onderzoek in de kliniek is daarop gebaseerd. Dat verband moet je niet verbreken. Vanuit de patiënt gezien: je moet fundamenteel en klinisch onderzoek samenbrengen in zogeheten translationeel onderzoek.

Nierstichting Consortia zijn per definitie translationeel.
Het is een prachtig initiatief. De samenwerking met onderzoeksgroepen uit andere centra versterkt het eigen onderzoek. Daarnaast vergemakkelijkt het de instap in Europese en andere internationale consortia. Dat maakt hechte samenwerking mogelijk met internationale toponderzoekers en uitwisseling van kennis en technologie op het hoogste niveau. Een belangrijke spin-off.

Je bent zelf Principal Investigator van AlloVir, een Nierstichting Consortium dat de interactie bestudeert tussen de afweer tegen virussen en de afweerreactie tegen een donornier. Waarom is AlloVir belangrijk?
Er is een verband met schade aan en verlies van de donornier. Neem het BK-virus, na niertransplantatie krijgt 15 tot 20 procent van de patiënten BKV-infectie. Circa 50 procent ontwikkelt BKV-nierziekte in de donornier, een deel van die patiënten verliest zelfs zijn nier. Sommige patiënten kunnen het virus onschadelijk maken, anderen niet. We hebben hier nog onvoldoende inzicht in en kunnen BKV-infecties niet goed behandelen.

Mijn onderzoek in het AMC brengt de reactie van de cellulaire afweer na niertransplantie in kaart. De rol van virussen, zoals ook het Cytomegalovirus, is een focus. Daarnaast de reactie van de T-cellen tegen het lichaamsvreemde donororgaan. Er is een complexe verdeling in subsets van T-cellen met verschillende kenmerken en functies. Precieze kennis daarvan is belangrijk om het succes van transplantatie verder te verhogen.

Figuur 1. toont een ranglijstje via SCImago van de grotere nieronderzoeklanden waarin Nederland op drie staat. Lang niet slecht, maar enkele jaren geleden waren er wel zorgen over de toekomst. Hoe staat dat nu?
Het Nederlands nieronderzoek staat inderdaad op hoog niveau. Het veld is groot voor een relatief klein land en bestrijkt bijna het hele spectrum van nefrologisch onderzoek. Wat die zorgen betreft, die lijken weg te ebben, mede dankzij het Kolff Programma. Dat heeft een enorm potentieel aangeboord, er is nu een toestroom van excellente jonge onderzoekers met een grote drive en goede ideeën. Ik denk dat daar de toekomstige bruggenbouwers tussen zitten die de brug gaan slaan tussen lab en kliniek. Daar gaan ook de patiënten van profiteren.

De economie staat er niet geweldig bij. Wat is het effect op het onderzoeksklimaat?
Er blijft een permanente strijd om financiële middelen. Zeker nu de UMC's fors moeten bezuinigen. Privaat geld ligt in Nederland lastig, anders dan in de VS. NWO en organisaties zoals de Nierstichting blijven uiterst belangrijk voor de financiering van medisch onderzoek.

Ik denk dat het nieronderzoek in Nederland een weids landschap is met enkele toppen, en die topgroepen hebben een constante vraag naar goede promovendi. Daarnaast zijn er veel basisartsen die voor de start van hun specialisatie graag promotie-onderzoek willen doen. Dat het Nierstichting-programma daarin nu minder voorziet, is misschien een lacune waar we iets aan moeten doen.

De onderzoeksprogramma's van de Nierstichting dragen er aan bij dat het nieronderzoek in Nederland op hoog niveau is en blijft. Dat straalt ook weer af op de Nierstichting.

Links


Figuur 1. SCImago: rangschikking landen op citaties per document. Nefrologie, minstens 500 publicaties per land, 1996-2010
SCImago ranking

Nier in logovorm