logo

Voor professionals

Psychologische zorg na transplantatie

24 maart 2009
Patiënten hebben behoefte aan meer aandacht voor de psychosociale gevolgen van niertransplantatie, zo blijkt ook uit onderzoek.

Psychologische interventie na niertransplantatie

Patiënten zouden meer ondersteuning willen bij de overgang van een leven gekenmerkt door beperkingen (dialysefase) naar een fase gekenmerkt door meer mogelijkheden. Binnen de reguliere zorg is hier vaak onvoldoende aandacht voor. Recent gaf de Nierstichting groen licht voor een project om een psychologische interventie te ontwikkelen en te evalueren voor patiënten ná een niertransplantatie.

Behandelprotocol
Om een goede interventie te kunnen ontwikkelen wordt eerst de psychosociale problematiek bij patiënten na niertransplantatie in het algemeen in kaart gebracht. Dit gebeurt op basis van data-analyse op een lopende studie, literatuuronderzoek en interviews bij 10 patiënten. Op basis van deze gegevens en bestaande behandelprotocollen wordt de ‘stepped-care’ interventie ontwikkeld, die vervolgens aangeboden wordt aan 20 patiënten in de eerste drie maanden na hun transplantatie. Het aldus ontwikkelde behandelprotocol kan in het ziekenhuis worden uitgevoerd door een maatschappelijk werker of basispsycholoog.

Inhoud van de interventie

In de twee tot zes gesprekken is ruimte voor het ervaren, herkennen, benoemen, uiten en leren hanteren van emoties, zoals verdriet, onzekerheid of boosheid. Daarnaast kan de patiënt via lichaamsgerichte (‘mindfulness’) oefeningen worden gestimuleerd om met een open en vriendelijke aandacht naar het lichaam te kijken. Het doel van deze oefeningen is tweeledig:
  1. beter herkennen van lichamelijke signalen en grenzen en daar adequaat op te reageren;
  2. beter accepteren van eventuele beperkingen of klachten.

Doelen formuleren

In de gesprekken kan ook worden verkend in hoeverre er sprake is van niet-helpende en/of irrationele kennis, overtuigingen en gedachten ten aanzien van de ziekte en transplantatie. Ook is er aandacht voor wat patiënten doen in het omgaan met de ziekte (“coping”), het zoeken en ontvangen van steun en omgaan met persoonlijke doelen (thuis, werk, vrijetijd, sociale activiteiten) die onder druk zijn komen te staan. Samen met de patiënt worden voor de komende maanden realistische doelen geformuleerd.

De projectleiders zijn Mw. dr. M.J. Schroevers en Prof. dr. R. Sanderman, gezondheidspsychologie UMC Groningen.  Nier in logovorm