Evaluatie orgaandonatiecampagne najaar 2010
20 mei 2011
De Nierstichting heeft in het najaar van 2010 een orgaandonatiecampagne gelanceerd: ‘Zou je een orgaan van een ander willen als dat je leven zou redden? Maar ben je zelf al donor?’
Zorgen dat meer nierpatiënten getransplanteerd worden zodat zij een beter toekomstperspectief hebben, is één van de belangrijkste doelen van de Nierstichting. Dat kan enerzijds door mensen op de hoogte te brengen en voor te lichten over de mogelijkheid van levende donatie, anderzijds door mensen te stimuleren tot nadenken over het afstaan van organen na je overlijden. Op dit laatste zijn van oudsher vele inspanningen gepleegd. De Nierstichting blijft van mening dat een wetswijziging naar een minder vrijblijvend systeem tot een doorbraak kan leiden in het aantal beschikbaar komende postmortale donororganen in Nederland, maar zolang een systeemwijziging er niet is, blijven we zoeken naar mogelijkheden om mensen te bereiken en aan te sporen over dit onderwerp na te denken én een keuze te maken.
Wederkerigheid
Voor de campagne waren we nadrukkelijk op zoek naar een nieuwe invalshoek, een nieuw perspectief op orgaandonatie om mensen die nog geen actie hadden ondernomen op dit onderwerp toch te bereiken. De campagne was gebaseerd op het principe van wederkerigheid. We probeerden op die manier het onderwerp orgaandonatie dicht bij mensen te brengen door het op jezelf te betrekken: “Als ik een orgaan zou willen ontvangen, is het dan ook niet vanzelfsprekend dat ik bereid ben te geven?”. Zo speelden ook vrijblijvendheid (als je zelf een orgaan wilt ontvangen, ben je eigenlijk verplicht ook jouw bijdrage aan het systeem doen) en solidariteit (we hebben met elkaar een verantwoordelijkheid om transplantaties te kunnen laten plaatsvinden: een gezonde kan elk moment ziek worden) een rol.
Om te onderzoeken of deze nieuwe insteek mensen aanspreekt, hebben we uitgebreid voor- en na-onderzoek verricht. Het hoofddoel van de campagne was om burgers in Nederland vanuit een wat ander perspectief dan in eerdere campagnes gebruikelijk was aan het denken te zetten over orgaandonatie en donorregistratie. Op basis van de uitgevoerde effectanalyses moet geconcludeerd worden dat de campagne daar (nog) niet op aantoonbare wijze aan heeft bijgedragen. Dat wil zeggen dat de campagne nog niet heeft geleid tot verschuivingen in het denken over wederkerigheid, solidariteit en vrijblijvendheid in relatie tot orgaandonatie en registratie als orgaandonor.
Positief
Het onderzoek laat echter wel mogelijkheden voor de toekomst zien. Van de respondenten die door de campagne zijn bereikt en niet als orgaandonor geregistreerd stonden heeft 6,5% aangegeven zich nu wel als orgaandonor te hebben geregistreerd. Dit kun je afzetten tegen 1,5% die zich als orgaandonor registreerden zonder dat zij campagneuitingen hebben gezien. Dit is een groot verschil.
Ook bleek de campagne zeer positief gewaardeerd (positiever dan andere campagnes op dit onderwerp) en mensen geven aan het goed te vinden dat dit onderwerp in de aandacht blijft. Ook ontving de Nierstichting zelf veel positieve persoonlijke reacties naar aanleiding van de campagne.
Deze positieve houding merkten we reeds bij de opnames voor de filmpjes die voor televisie en bioscoop gebruikt zijn. Er trad bewustwording op bij mensen, en openlijke twijfel wanneer zij wel graag een donororgaan zouden ontvangen als ze dat nodig zouden hebben, maar nog niet als donor waren geregistreerd. Ook waren er enkele minder positieve reacties, vaak gegeven door mensen die vanuit een altruïstisch perspectief als donor geregistreerd staan: “ik doe dit voor een ander en niet voor mezelf”.
Verder blijkt uit het onderzoek dat de campagne insteekt op de juiste aspecten, namelijk de aspecten die aansluiten op het type afwegingen dat mensen maken bij het besluit zich al dan niet als orgaandonor te registreren. Het blijken namelijk die houdingaspecten die bepalen of er tot donorregistratie wordt overgegaan. Dit is een zeer belangrijke opening voor de wijze waarop over orgaandonatie in Nederland wordt voorgelicht. Daarom biedt deze kennis en het feit dat de campagne sterk gewaardeerd werd, mogelijkheden voor de wijze van donorvoorlichting in de toekomst. Deze informatie zullen wij dan ook delen met de het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Nederlandse Transplantatie Stichting, die verantwoordelijk is voor de donorvoorlichting in Nederland.
Wederkerigheid
Voor de campagne waren we nadrukkelijk op zoek naar een nieuwe invalshoek, een nieuw perspectief op orgaandonatie om mensen die nog geen actie hadden ondernomen op dit onderwerp toch te bereiken. De campagne was gebaseerd op het principe van wederkerigheid. We probeerden op die manier het onderwerp orgaandonatie dicht bij mensen te brengen door het op jezelf te betrekken: “Als ik een orgaan zou willen ontvangen, is het dan ook niet vanzelfsprekend dat ik bereid ben te geven?”. Zo speelden ook vrijblijvendheid (als je zelf een orgaan wilt ontvangen, ben je eigenlijk verplicht ook jouw bijdrage aan het systeem doen) en solidariteit (we hebben met elkaar een verantwoordelijkheid om transplantaties te kunnen laten plaatsvinden: een gezonde kan elk moment ziek worden) een rol.
Om te onderzoeken of deze nieuwe insteek mensen aanspreekt, hebben we uitgebreid voor- en na-onderzoek verricht. Het hoofddoel van de campagne was om burgers in Nederland vanuit een wat ander perspectief dan in eerdere campagnes gebruikelijk was aan het denken te zetten over orgaandonatie en donorregistratie. Op basis van de uitgevoerde effectanalyses moet geconcludeerd worden dat de campagne daar (nog) niet op aantoonbare wijze aan heeft bijgedragen. Dat wil zeggen dat de campagne nog niet heeft geleid tot verschuivingen in het denken over wederkerigheid, solidariteit en vrijblijvendheid in relatie tot orgaandonatie en registratie als orgaandonor.
Positief
Het onderzoek laat echter wel mogelijkheden voor de toekomst zien. Van de respondenten die door de campagne zijn bereikt en niet als orgaandonor geregistreerd stonden heeft 6,5% aangegeven zich nu wel als orgaandonor te hebben geregistreerd. Dit kun je afzetten tegen 1,5% die zich als orgaandonor registreerden zonder dat zij campagneuitingen hebben gezien. Dit is een groot verschil.
Ook bleek de campagne zeer positief gewaardeerd (positiever dan andere campagnes op dit onderwerp) en mensen geven aan het goed te vinden dat dit onderwerp in de aandacht blijft. Ook ontving de Nierstichting zelf veel positieve persoonlijke reacties naar aanleiding van de campagne.
Deze positieve houding merkten we reeds bij de opnames voor de filmpjes die voor televisie en bioscoop gebruikt zijn. Er trad bewustwording op bij mensen, en openlijke twijfel wanneer zij wel graag een donororgaan zouden ontvangen als ze dat nodig zouden hebben, maar nog niet als donor waren geregistreerd. Ook waren er enkele minder positieve reacties, vaak gegeven door mensen die vanuit een altruïstisch perspectief als donor geregistreerd staan: “ik doe dit voor een ander en niet voor mezelf”.
Verder blijkt uit het onderzoek dat de campagne insteekt op de juiste aspecten, namelijk de aspecten die aansluiten op het type afwegingen dat mensen maken bij het besluit zich al dan niet als orgaandonor te registreren. Het blijken namelijk die houdingaspecten die bepalen of er tot donorregistratie wordt overgegaan. Dit is een zeer belangrijke opening voor de wijze waarop over orgaandonatie in Nederland wordt voorgelicht. Daarom biedt deze kennis en het feit dat de campagne sterk gewaardeerd werd, mogelijkheden voor de wijze van donorvoorlichting in de toekomst. Deze informatie zullen wij dan ook delen met de het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Nederlandse Transplantatie Stichting, die verantwoordelijk is voor de donorvoorlichting in Nederland.








