Consortia 2011
Belangrijke impuls Nederlands nieronderzoek door start van twee onderzoeksconsortia
![]() |
| Prof.dr. P.M. ter Wee, projectleider consortium NIGRAM en nefroloog VU medisch centrum Amsterdam |
![]() |
| Mw. Dr. D.J.M. Peters, projectleider consortium DIPAK en moleculair geneticus Leids Universitair Medisch Centrum |
Vroeg of laat krijgen patiënten met nierschade te maken met storingen in de calcium-fosfaat-stofwisseling en met een verhoogd risico om te overlijden aan hart- en vaatziekten. Naar nu blijkt hebben die problemen met elkaar te maken. Maar hoe? Zit juist daar wellicht de hoofdoorzaak, ook van het toenemend nierfunctieverlies? Het consortium NIGRAM** wil dat complexe samenspel tot op de bodem uitzoeken en aanknopingspunten vinden voor een echt oorzakelijke behandeling die verder nierfunctieverlies en hart- en vaatziekten bij nierpatiënten voorkomt.
“Als we echt baanbrekende antwoorden willen vinden op cruciale vragen rond het ontstaan en de gevolgen van nierziekten dan is krachtenbundeling tussen universitair medische centra noodzakelijk. Pas dan is er voldoende kritische massa”, stelt Tom Oostrom, algemeen directeur van de Nierstichting. “Binnen deze twee nieuwe consortia werken internationaal erkende onderzoeksgroepen vier jaar lang vanuit hun eigen expertise aan hetzelfde probleem. Ik ben ervan overtuigd dat het DIPAK-consortium met concrete resultaten komt die daadwerkelijk verschil maken voor patiënten met cystenieren. En als het andere consortium weet aan te tonen dat storingen in de calcium-fosfaat-stofwisseling meer oorzaak dan gevolg zijn van nierschade, dan heeft dat wereldwijd impact op de preventie en behandeling van nierziekten.”
Probleem bij cystenieren nog onstuitbaar
De erfelijke vorm van cystenieren (ADPKD) is de meest voorkomende erfelijke nierziekte en een belangrijke oorzaak van nierfalen bij volwassenen. Ongeveer 1 op de 1.000 mensen heeft de aandoening, waarbij zich met vocht gevulde blazen (cysten) vormen in de nieren en bij een deel van hen ook in de lever. Cystenieren worden veelal ontdekt rond het 35ste levensjaar, waarna de nierfunctie verder verslechtert. Dialyse of niertransplantatie is meestal nodig rond het 55ste levensjaar. Er is tot op heden geen gerichte behandeling om de cystevorming te remmen en het teruglopen van de nierfunctie te voorkomen. Recent zijn veelbelovende resultaten gepubliceerd van behandeling met lanreotide (analoog aan het hormoon somatostatine). “In ons consortium nemen we die belofte grondig onder de loep”, belooft projectleider mw. D.J.M. Peters, moleculair geneticus in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). “We doen dat onder andere door het effect van deze nieuwe behandeling te toetsen in een placebo-gecontroleerde en gerandomiseerde studie. We hopen ongeveer 300 patiënten bij dit onderzoek te betrekken.”
Meer inzicht noodzakelijk
Het verloop van de ziekte bij mensen met cystenieren is heel verschillend. Peters: “We willen kunnen voorspellen hoe de ziekte bij een bepaalde patiënt zal verlopen. Pas dan kunnen we de behandeling op het juiste moment en op de beste manier starten. Het is te vroeg om alle kaarten op één middel te zetten. Misschien moeten we de behandeling wel insteken op verschillende ontstaansroutes, met een combinatietherapie.” In samenhang met de klinische trial gaat dit consortium dan ook vanuit verschillende invalshoeken op zoek naar zogenaamde biomarkers om in een vroeg stadium die patiënten op te sporen die gebaat zijn bij vroegtijdige behandeling. Bovendien worden beproefde modelsystemen ingezet om beter zicht te krijgen op de (biochemische) routes die de ziekte veroorzaken en mogelijk nieuwe aangrijpingspunten voor behandeling te vinden. Alle binnen dit consortium verzamelde patiëntgegevens worden op een praktische manier vastgelegd om ook op langere termijn de resultaten te kunnen monitoren.
Het LUMC werkt in het DIPAK-consortium samen met het Universitair Medisch Centrum Groningen, het Erasmus MC Rotterdam en het Universitair Medisch Centrum St Radboud Nijmegen.
Meer inzicht noodzakelijk
Het verloop van de ziekte bij mensen met cystenieren is heel verschillend. Peters: “We willen kunnen voorspellen hoe de ziekte bij een bepaalde patiënt zal verlopen. Pas dan kunnen we de behandeling op het juiste moment en op de beste manier starten. Het is te vroeg om alle kaarten op één middel te zetten. Misschien moeten we de behandeling wel insteken op verschillende ontstaansroutes, met een combinatietherapie.” In samenhang met de klinische trial gaat dit consortium dan ook vanuit verschillende invalshoeken op zoek naar zogenaamde biomarkers om in een vroeg stadium die patiënten op te sporen die gebaat zijn bij vroegtijdige behandeling. Bovendien worden beproefde modelsystemen ingezet om beter zicht te krijgen op de (biochemische) routes die de ziekte veroorzaken en mogelijk nieuwe aangrijpingspunten voor behandeling te vinden. Alle binnen dit consortium verzamelde patiëntgegevens worden op een praktische manier vastgelegd om ook op langere termijn de resultaten te kunnen monitoren.
Het LUMC werkt in het DIPAK-consortium samen met het Universitair Medisch Centrum Groningen, het Erasmus MC Rotterdam en het Universitair Medisch Centrum St Radboud Nijmegen.
![]() ![]() |
|
| Wilson et al. NEJM jan. 2004 |
|
Hebben nierfunctieverlies en verkalkte aderen dezelfde oorzaak?
Chronische nierziekten en hart- en vaatziekten staan met elkaar in verband. Zo hebben nierpatiënten een sterk verhoogd risico op hart- en vaatziekten, bij jonge dialysepatiënten tot wel 1000 keer zo hoog als bij hun leeftijdsgenoten. Hart- en vaatziekten vormen ook de eerste doodsoorzaak van patiënten met chronische nierziekte. Bij de behandeling van chronische nierziekte gaat het dan ook om het afremmen van het proces van toenemende nierschade en nierfunctieverlies en om het verlagen van het risico op hart- en vaatziekten. Maar hoe? Prof. dr. P.M. ter Wee, projectleider van het consortium NIGRAM en nefroloog in VU medisch centrum Amsterdam, spreekt van een ingewikkeld en intrigerend samenspel. “Zelfs als de bloeddruk en nierfunctie stabiel zijn blijft het risico op hart- en vaatziekten verhoogd. Ook in de beginfase van de nierziekte. Dat is opmerkelijk. Er komen steeds meer aanwijzingen dat storingen in de calcium-fosfaat-stofwisseling wel eens de oorzaak kunnen zijn van de nierschade én de hart- en vaatproblemen. In ons consortium willen we dat ingewikkelde samenspel ontrafelen.”
Een belangrijk wetenschappelijk kip-ei-vraagstuk
Het is bekend dat mensen met ernstige nierschade problemen krijgen met de botstofwisseling en met de uitscheiding van fosfaat. Om die problemen te voorkomen volgen ze een dieet en slikken medicijnen. Ter Wee: “Tot voor kort dachten we dat die verstoorde calcium-fosfaat-stofwisseling vooral optrad bij het eindstadium van nierziekte. Bij dialysepatiënten worden dan letterlijk verkalkte bloedvaten gevonden. Nu weten we dat verstoring van de calciumfosfaathuishouding al voorkomt bij mensen die pas 50% nierfunctieverlies hebben en dan bijdraagt aan zowel de achteruitgang van nierfunctie als de verhoogde kans op hart- en vaarziektes. Misschien is de verstoorde fosfaatstofwisseling daarbij juist de grootste boosdoener. Als we dit belangrijke wetenschappelijk kip-ei-vraagstuk weten te beantwoorden, zal dat van grote betekenis zijn voor nierpatiënten, maar wellicht ook een heel nieuw perspectief bieden voor patiënten met hart- en vaatziekten zonder nieraandoening.” De calcium-fosfaat-huishouding wordt geregeld door een palet van onder andere hormonen (nier, bijschildklier en de botten), groeifactoren, en vitamine D. Al die spelers hebben zelfstandig en in samenhang invloed op de processen in de nier en in de bloedvaten. Dat maakt de ambitieuze puzzel complex. “Gelukkig hebben we binnen dit consortium experts voor alle hoofdrolspelers*** binnen deze puzzel. Zonder een consortiumsubsidie hadden we die expertise nooit kunnen bundelen”, constateert Ter Wee. Naast VUmc participeren in dit consortium het Universitair Medisch Centrum Groningen en het Universitair Medisch Centrum St Radboud Nijmegen.
Een belangrijk wetenschappelijk kip-ei-vraagstuk
Het is bekend dat mensen met ernstige nierschade problemen krijgen met de botstofwisseling en met de uitscheiding van fosfaat. Om die problemen te voorkomen volgen ze een dieet en slikken medicijnen. Ter Wee: “Tot voor kort dachten we dat die verstoorde calcium-fosfaat-stofwisseling vooral optrad bij het eindstadium van nierziekte. Bij dialysepatiënten worden dan letterlijk verkalkte bloedvaten gevonden. Nu weten we dat verstoring van de calciumfosfaathuishouding al voorkomt bij mensen die pas 50% nierfunctieverlies hebben en dan bijdraagt aan zowel de achteruitgang van nierfunctie als de verhoogde kans op hart- en vaarziektes. Misschien is de verstoorde fosfaatstofwisseling daarbij juist de grootste boosdoener. Als we dit belangrijke wetenschappelijk kip-ei-vraagstuk weten te beantwoorden, zal dat van grote betekenis zijn voor nierpatiënten, maar wellicht ook een heel nieuw perspectief bieden voor patiënten met hart- en vaatziekten zonder nieraandoening.” De calcium-fosfaat-huishouding wordt geregeld door een palet van onder andere hormonen (nier, bijschildklier en de botten), groeifactoren, en vitamine D. Al die spelers hebben zelfstandig en in samenhang invloed op de processen in de nier en in de bloedvaten. Dat maakt de ambitieuze puzzel complex. “Gelukkig hebben we binnen dit consortium experts voor alle hoofdrolspelers*** binnen deze puzzel. Zonder een consortiumsubsidie hadden we die expertise nooit kunnen bundelen”, constateert Ter Wee. Naast VUmc participeren in dit consortium het Universitair Medisch Centrum Groningen en het Universitair Medisch Centrum St Radboud Nijmegen.
Nierstichting Consortia Programma
In 2009 gaf de Nierstichting het startsein voor het Consortia Programma. Een programma dat de voorwaarden schept voor hoogwaardig nieronderzoek in Nederland door samenwerking tussen universitair medische centra te ondersteunen en nieuw onderzoekstalent te werven. Daarnaast draagt het programma bij aan het aantrekken van jonge wetenschappers die zich op termijn kunnen ontwikkelen tot toponderzoekers binnen de nefrologie. Bovendien wordt het belang van wetenschappelijk onderzoek steeds groter, omdat door de vergrijzing het aantal mensen met nierschade sterk zal toenemen. Om belangwekkende resultaten te kunnen boeken, is samenwerking hierbij een belangrijke voorwaarde. Daarom stelt de Nierstichting jaarlijks minimaal één Consortium Grant ter beschikking ter waarde van 1,5 miljoen euro voor een periode van vier jaar. De subsidieaanvragen worden beoordeeld door een internationale adviesraad. De internationale referenten omschreven het DIPAK-consortium als ‘Outstanding quality of research’ en ‘Direct Clinical Applications’. Het NIGRAM-consortium is beoordeeld als ‘Excellent individual expertise of the groups’ en ‘The scientific quality of the entire proposal is very good’.
In 2010 kende de Nierstichting de eerste twee grants in dit programma toe, ieder met een subsidie van 1,5 miljoen euro.
* DIPAK is een acroniem afgeleid van ‘Developing Interventions to halt Progression of Autosomal Dominant Polycystic Kidney Disease’. In het Nederlands: Ontwikkelen van interventies om de progressie van ADPKD (cystenieren) te stoppen.
** NIGRAM is een acroniem afgeleid van ‘Nier Gerichte Research van Arterie tot Mens’ en representeert ook de partners binnen dit consortium, de universitaire centra in NIjmegen GRoningen AMsterdam
*** Centraal in de te ontrafelen calcium-fosfaat-stofwisseling staat de as Vitamine D – FGF23 (een groeifactor) – en klotho (een hormoon uit de nier).
In 2010 kende de Nierstichting de eerste twee grants in dit programma toe, ieder met een subsidie van 1,5 miljoen euro.
* DIPAK is een acroniem afgeleid van ‘Developing Interventions to halt Progression of Autosomal Dominant Polycystic Kidney Disease’. In het Nederlands: Ontwikkelen van interventies om de progressie van ADPKD (cystenieren) te stoppen.
** NIGRAM is een acroniem afgeleid van ‘Nier Gerichte Research van Arterie tot Mens’ en representeert ook de partners binnen dit consortium, de universitaire centra in NIjmegen GRoningen AMsterdam
*** Centraal in de te ontrafelen calcium-fosfaat-stofwisseling staat de as Vitamine D – FGF23 (een groeifactor) – en klotho (een hormoon uit de nier).












