Zo groei ik naar de donatie toe

Anderhalve maand na de eerste gesprekken in Groningen lag de uitnodiging voor twee screeningsdagen in de bus, met een flink pakket informatie over de onderzoeken. Ondanks dat de screeningsdagen gepland stonden op een maandag en een dinsdag, moest ik me de zondagmiddag ervoor al melden in het UMCG. Ik kon gebruik maken van de mogelijkheid twee keer in Groningen te overnachten. Die  zondagavond hebben Harry en ik nog gezellig gegeten in de stad: waarom zouden we dat niet doen?

Keurig begeleid

De volgende morgen moest ik me al vroeg én nuchter melden in het ziekenhuis voor bloedafgifte. Daar kon ik ook de 24-uurs urine afgeven voor keuring. Daarop volgde een CT-scan: voor mij een nieuwe en bijzondere ervaring. Alles werd keurig begeleid en uitgelegd en was uiteindelijk snel achter de rug. Vervolgens was het tijd voor een longfoto.

Niet opzadelen met kosten

Na deze lichamelijke onderzoeken volgden er drie gesprekken. Allereerst met de maatschappelijk verpleegkundige (over onder meer vergoedingen, je beleving van het traject, het informeren van je werkgever). Het is zo dat praktisch alle kosten die worden gemaakt, gedeclareerd worden bij de ziektekostenverzekering van de ontvanger. De werkgever krijgt daarnaast de onderzoeks- en ziektedagen vergoed door het UWV. Dit om de donor op geen enkele manier met kosten op te zadelen, die doneren ingewikkeld(er) zouden kunnen maken.

Het daarop volgende gesprek was met de nefroloog. Dit gesprek, met lichamelijk onderzoek, was vergelijkbaar met de intake bij de nefroloog in Zwolle, met dat verschil dat ik nu verder ben in het traject (en er misschien anders in ben komen te staan).

Vertrouwen

Het laatste gesprek was met de chirurg die mij mogelijk ook opereert. Hij vertelde over de mogelijke risico’s van de operatie voor mij. Deze zijn niet heel groot, maar ze moeten toch steeds weer even genoemd worden. Ook kreeg ik uitleg over de operatie zelf. De chirurg vertelde mij ook dat de planning rond donaties en transplantaties altijd zodanig in beweging is, dat nooit met zekerheid gezegd kan worden wie je uiteindelijk opereert. Dat hoor je soms pas een dag van tevoren. Dat houdt me ook niet zo bezig: ik heb vertrouwen in het hele team. Wel is het zo dat, als er de komende tijd iets bijzonder gebeurt, hij mijn aanspreekpersoon is namens het medisch team.

Daarmee zat de eerste dag erop. Ik vond het heel prettig nog even tijd te hebben om de stad in te kunnen, ondanks dat het pijpenstelen regende. Dat werkte namelijk goed mee om even het hoofd leeg te maken, na een dag met toch veel nieuwe indrukken.

Dat doet goed

Gedurende de dag en vooral ’s avonds kwamen er allerlei berichtjes binnen op de telefoon, soms uit heel onverwachte hoek. Dat is toch erg leuk! Alleen al het feit dat vrienden, collega’s en familie aan je denken én je dat ook laten weten, doet heel goed.

Maximale capaciteit

De tweede dag moest ik al om 7:00 uur (nuchter) in het ziekenhuis zijn. De dag begon weer met urineafgifte en bloedafname. Al snel begon het grote nierfunctieonderzoek. Tijdens zo’n onderzoek wordt gaande de dag gemeten hoe de nieren een radioactieve stof, die je vooraf inneemt, uitscheiden. Zeven keer wordt bloed afgenomen; vijf keer moet je urine opvangen. Op het einde wordt nog een jodiumpreparaat via het infuus gegeven, wat de nieren nog eens aanzet tot maximale activiteit. Zo wordt gemeten hoeveel overcapaciteit er feitelijk bestaat. Dit toont aan of je inderdaad met één nier verder kan na donatie. Na 7,5 uur was dit onderzoek klaar. Tussendoor moest ik steeds testen doen voor het TransplantLines onderzoek, waaronder krachttesten en reactietesten.

Mooie gesprekken

Ik verbleef op de nierfunctiekamer samen met drie anderen die hetzelfde onderzoek ondergingen als ik: een oudere man die probeert te doneren aan z’n zoon, een vrouw die in september heeft gedoneerd en een man die is getransplanteerd. Het samenzijn en de mooie gesprekken met hen vond ik heel bijzonder. Ieder heeft zo z’n eigen verhaal en toch heb je iets gemeenschappelijks. Mede hierdoor heb ik gemerkt dat het hele screeningstraject er ook echt bij hoort. Je groeit verder naar de donatie toe en – maar dan spreek ik uitsluitend voor mezelf - je groeit alleen maar verder qua motivatie. Je voelt dat je er steeds meer klaar voor bent!

Kansen

Nadat ik nog een ECG had laten maken, zat ook deze dag er op. Mijn broer en mijn zus haalden me samen op uit Groningen. Een rit van een klein uur is voor mijn broer zelf namelijk te vermoeiend. Thuisgekomen gaf hij mij een mooi boeket rozen met de woorden: "Wat je voor me doet vind ik nogal wat." Zelf voel ik dat niet zo, of beter gezegd: ik voel het in mindere mate zo. Ik zie het meer als iets vanzelfsprekends: iets wat op m’n weg is gekomen en wat kansen biedt. Eerst is het nu wachten op de uitslagen.

Alice

Alice hoopt begin 2017 een nier te kunnen doneren aan haar broer Henk, die nierpatiënt is. Alice is getrouwd met Harry, en samen hebben ze drie kinderen: Laurens (22), Lotte (20) en Lennard (17).

Terug naar boven

Reacties: