Direct naar inhoud

De draagbare kunstnier

Waar staan we nu?

Nierpatiënten krijgen met de draagbare kunstnier meer keuzevrijheid in behandelvormen. Het prototype komt naar verwachting in 2018. Vervolgens kunnen de klinische tests met een kleine groep patiënten worden voorbereid. Als die onderzoeken slagen duurt het, afhankelijk van de uitdagingen die we onderweg nog tegenkomen, nog enkele jaren voordat de draagbare kunstnier kan worden toegelaten op de markt. We doen er alles aan de eerste versie van de draagbare kunstnier zo snel mogelijk beschikbaar te hebben voor patiënten.

In samenwerking met twee bedrijven (Debiotech en AWAK) rondden we in 2015 de bouw af van een eerste werkende laboratoriumversie van een kleine, draagbare kunstnier en startten we met de eerste testen in het lab. Hierin is onderzocht of de kleine kunstnier goed en veilig functioneert.

In 2016 hebben we deze testen voortgezet. Verder onderzoeken we hoe we het gebruiksgemak kunnen vergroten, en de impact van thuisdialyse op het leven van de patiënt kunnen minimaliseren. Dit vormt de opmaat naar een prototype van de draagbare kunstnier, dat geschikt is voor klinische tests door een kleine groep nierpatiënten. Gaandeweg dit ontwikkelingsproces waren er mogelijkheden om de draagbare kunstnier meteen al te verbeteren, en dat hebben we dan ook gedaan. Het prototype komt naar verwachting eind 2018. Vervolgens kunnen de klinische tests met een kleine groep patiënten worden voorbereid.

De verbeteringen aan de draagbare kunstnier gaan vooral over de spoelvloeistoffen. De afvalstoffen uit de dialysevloeistof worden opgevangen in een speciale cartridge, die het filtert waardoor het hergebruikt kan worden. Hierdoor kunnen we het watergebruik terugbrengen van 120 liter naar ongeveer 5 liter. En door het apparaat continu te laten reinigen, kan de dialyse zonder onderbrekingen doorlopen en wordt de zuiveringscyclus betrouwbaarder en stabieler. Gelukkig steunen drie zorgverzekeraars mede de ontwikkeling van de draagbare kunstnier; dat maakt het prototype en de klinische tests mogelijk. Maar fondsenwerving blijft nodig.