Direct naar inhoud

Leven met een nierziekte

Transplantatie

Als transplantatie kan, is dit de beste behandeling. Maar de wachtlijst is lang.

Voor veel mensen met nierfalen, is transplantatie de beste behandeling. Dan krijg je een donornier die je nierfunctie overneemt. De nier kan afkomstig zijn van een levende of overleden donor. Er is geen maximumleeftijd voor transplantatie. Voorwaarde is wel, dat je conditie goed genoeg is om de operatie en de behandeling daarna aan te kunnen.

De gemiddelde wachttijd voor een nier van een overleden donor is lang: ruim 3 jaar. Een donornier van een levende donor is beter: die gaat gemiddeld twee keer zo lang mee. Maar er is niet altijd iemand die een nier wil geven. Of de donor is geen match met de ontvanger. Dan kan cross-over uitkomst bieden.

Wist je dat…

Alle behandelingen bij nierfalen hebben voor- en nadelen. Vergelijk ze in dit overzicht.

Transplantatie, of toch dialyse?

Een nierfunctievervangende behandeling, zoals een transplantatie, vindt vaak plaats als de nieren nog 15% werken - maar dat verschilt tussen patiënten. Wat de optimale behandeling is, niertransplantatie of dialyse (en welke manier), dat besluit je samen met je arts. Behalve je medische achtergrond, wegen ook je persoonlijke mogelijkheden en voorkeuren mee. Bijvoorbeeld of je transplantatie wel wilt, en of je liefst thuis of in het ziekenhuis dialyseert.

Donornier van overleden donor

Iets minder dan de helft van de transplantaties in Nederland vindt plaats met een met een nier van een overleden donor (ook wel: postmortale transplantatie). Dan is de nier afkomstig van iemand die is overleden én zich had geregistreerd als orgaandonor.

Je komt pas op de wachtlijst voor een postmortale transplantatie als je al dialyseert. Door een tekort aan orgaandonoren in Nederland, is de gemiddelde wachttijd voor een postmortale donornier ruim 3 jaar. Gemiddeld blijft een getransplanteerde postmortale nier 10 jaar werken. Daarna moet je weer op de wachtlijst voor een donornier, en dialyseren.

Als donornieren langer blijven werken, hebben minder mensen herhaaldelijk een donornier nodig, en wordt de wachtlijst korter. Daarom financiert de Nierstichting wetenschappelijk onderzoek hiernaar. En we stimuleren een wijziging in de Wet op Orgaandonatie waarbij volwassenen donor zijn tenzij ze registreren dat niet te willen.


                     Transplantatie Nier

Donatie bij leven en cross-over

Ruim de helft van de transplantaties in Nederland is met een nier van een levende donor. Groot voordeel is dat de donornier dan gemiddeld langer mee gaat (20 tot 25 jaar), zeker als transplantatie plaatsvindt voordat dialyse is gestart. De Nierstichting stimuleert donatie bij leven te overwegen, via voorlichting en (online) begeleiding aan potentiële donoren en ontvangers.

Steeds vaker biedt iemand aan om een nier af te staan. Meestal een familielid, partner of vriend(in) van iemand met nierfalen. Of iemand doneert een nier zonder zelf de ontvanger te kennen (dat heet een Samaritaanse donor).

Van belang is vooral, dat de nier een match is. De donor en ontvanger moeten passende bloedgroepen hebben, de weefselkenmerken van donor en ontvanger moeten op elkaar lijken (zogeheten HLA-matching), en de ontvanger mag geen antistoffen in het bloed hebben tegen stoffen in het bloed van de donor (kruisproef). Mist de match, dan kan het cross-overprogramma helpen. Door slim te ruilen met andere donor-ontvangerkoppels die niet matchen, kunnen passende combinaties wel ontstaan, en meerdere transplantaties toch plaatsvinden.

Download de folder Donatie bij leven.
Of bekijk de website nierdonatiebijleven.nl.

Na de transplantatie

Door de verbetering van je lichamelijke conditie, kun je na een niertransplantatie je actieve leven grotendeels weer oppakken. Uiteraard verschilt het per persoon, maar de kwaliteit van leven gaat meestal vooruit. Wel zal je medicijnen moeten slikken tegen afstoting; die kunnen allerlei vervelende bijwerkingen hebben, zoals een hogere kans op infecties en huidkanker.