Feiten en fabels over zout

De ongezouten waarheid is dat 85% van de Nederlanders meer zout eet dan de maximaal aanbevolen hoeveelheid van 6 gram per dag. Over zout bestaan veel misverstanden, daarom zetten we een aantal feiten en fabels op een rij.

Fabel: na zweten moet je zoutverlies compenseren

In zweet zit zout. Als je flink zweet, op een warme zomerdag of tijdens het sporten, verlies je dus zout. Maar het is niet nodig om dit te compenseren, met bijvoorbeeld soep of een andere zoute snack. Doordat we allemaal (te) veel zout eten, heeft bijna iedereen een overschot.

Flink zweten vermindert dat nauwelijks. Laat staan dat er een tekort zou ontstaan. Belangrijk is wel om het vocht dat je verliest aan te vullen, door voldoende te drinken. Een tekort aan zout komt alleen in extreme situaties voor. Bijvoorbeeld bij mensen die in (extreme) zomerhitte de Nijmeegse Vierdaagse lopen.

Feit: minder zout voorkomt sterfgevallen

Te veel zout verhoogt je bloeddruk. Ook kan te veel zout eten je nieren beschadigen. En als je al nierschade hebt, ben je extra gevoelig voor te veel zout: je nierfunctie gaat daardoor sneller achteruit.

Als iedereen in Nederland 3 gram zout minder zou eten kunnen naar schatting bijna 150.000 gevallen van chronische nierschade worden voorkomen over een periode van 10 jaar. Daarnaast voorkomt het bij 250 mensen nierfalen, waarbij dialyse of transplantatie nodig is. Dat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek van het RIVM.

Fabel: gezond zout is niet schadelijk

Sommige zoutproducten lijken gezonder, maar zijn het niet. Het gaat om producten met namen als zeezout, Himalayazout en Keltisch zout. Het belangrijkste ingrediënt van deze producten is natriumchloride (NaCl), dat is keukenzout. Voor het effect op je gezondheid maakt het niet uit waar het zout vandaan komt of hoe het is bewerkt.

Te veel van deze zoutproducten is dus net zo schadelijk. Sommige zoutproducten benadrukken dat er mineralen en spoorelementen in zitten, zoals jodium, magnesium en calcium. Maar ook die maken het niet gezonder: er zit namelijk zo weinig van zulke stoffen in, dat die niet bijdragen aan het halen van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid van deze stoffen.

Feit: zout verergert bestaande nierschade

Heb je al nierschade, of loop je extra risico (door hoge bloeddruk of diabetes)? Dan is minderen met zout nog belangrijker. Want beschadigde nieren zijn extra gevoelig voor zout: te veel zout zorgt dat de nierfunctie sneller verslechtert.

Fabel: als ik het zoutvaatje laat staan, gebruik ik niet meer dan 6 gram per dag

Zelf geen zout meer toevoegen tijdens het koken of aan tafel is een stap in de goede richting! Maar het is waarschijnlijk niet genoeg om je zoutconsumptie te verlagen naar 6 gram zout per dag (de maximaal aanbevolen dagelijkse hoeveelheid) of minder.

Dat komt doordat 80% van het zout zit bewerkte voedingsmiddelen. Het is daaraan toegevoegd als smaakmaker of conserveermiddel. Maar de verschillen tussen varianten en merken zijn groot. Check daarom de etiketten op de verpakking en kies het merk of de variant van een product met de minste hoeveelheid zout.

Feit: medicatie werkt slechter door zout

Ook als je medicijnen slikt tegen hoge bloeddruk, of om verergering van nierschade tegen te gaan, is minderen met zout belangrijk. Medicijnen tegen hoge bloeddruk en tegen vermindering van nierschade werken namelijk minder goed als je te veel zout eet.

Tips voor minderen met zout

  • Ga na hoeveel zout je eigenlijk eet: doe de Zoutmeter
  • Kijk op de etiketten van je boodschappen, en kies voor merken of varianten die minder zout bevatten
  • Kijk op de Kruidenwijzer welke kruiden bij welk gerecht passen, als gezond alternatief voor zout
  • Gun jezelf de tijd om te wennen aan een nieuwe, zoutarme smaak