Studie toont aan dat met minder zout levens te redden zijn

Een recente studie van het RIVM toont aan dat er minder hartaandoeningen optreden als de hoeveelheid zout in industrieel geproduceerde voedingsmiddelen wordt verlaagd. Tachtig procent van het zout dat we eten, zit 'verborgen' in bewerkte voedingsmiddelen.

Als de hoeveelheid zout in bewerkte voedingsmiddelen wordt verlaagd, zal de bloeddruk van de Nederlandse bevolking substantieel dalen. Daardoor kunnen de komende 20 jaar vele tienduizenden hartinfarcten en beroertes worden voorkomen. De effecten van zoutreductie op andere aandoeningen, zoals nierziekte, konden niet worden meegenomen in de studie, zodat met zoutreductie feitelijk nog meer gezondheidswinst is te behalen. Het is voor het eerst dat is uitgerekend welke winst voor de volksgezondheid een verlaging van de zoutconsumptie oplevert.

Voor zoutreductie is het belangrijk dat de levensmiddelenindustrie minder 'verborgen' zout toevoegt in de producten. De Nierstichting spoort, samen met de Hartstichting, de Consumentenbond en de Nederlandse Hypertensie Vereniging, de voedingsmiddelenindustrie aan om het zoutgehalte te verminderen. Hierover zijn afspraken gemaakt in het Akkoord Verbetering Productsamenstelling uit 2014.

Mensen hebben maar 1 gram zout per dag nodig, meer dan 6 gram verhoogt het risico voor de gezondheid. Gemiddeld krijgen mensen echter 9 gram zout binnen, waarvan 80% verwerkt is in alledaagse levensmiddelen zoals kant-en-klaar-producten, brood, kaas en vleeswaren. Te veel zout kan leiden tot een hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten, nierziekten en botontkalking. Uiteraard moet iedereen zelf ook op zijn zoutinname letten. Echter, de voedingsmiddelenindustrie maakt dat erg moeilijk, met zeer ernstige gevolgen.