Subsidie voor DNA-reparatie

Sommige nierziekten ontstaan door een fout in één gen. Als je dat repareert, kom je dichter bij betere behandeling. Daarom geeft de Nierstichting € 200.000 subsidie aan dr. Manoe Janssen (UU), die in het laboratorium het kapotte gen wil repareren dat bij kinderen cystinose veroorzaakt, met behulp van het CRISPR/Cas9-systeem.

Kinderen met de erfelijke aandoening cystinose hebben één fout (mutatie) in hun DNA, en wel in het cystinosine-gen. Daardoor hoopt er cystine, een bouwsteen van een bepaalde eiwitten, op in verschillende organen. Kinderen met deze aandoening hebben vaak vanaf 6 maanden al een slechtere nierfunctie en zijn ziek. Er is een behandeling voor cystinose, maar die voldoet niet. Als het lukt om de mutatie in het cystinosine-gen te repareren, is dat een belangrijke stap richting een betere behandeling in de toekomst voor deze en andere erfelijke nierziekten die ontstaan door een mutatie in één gen (monogenetische nierziekten).

Mutatie repareren
Dr. Manoe Janssen (Universiteit van Utrecht, afdeling Farmacologie) kreeg een subsidie van € 200.000 uit het Kolff Biomedisch onderzoek Programma, om te onderzoeken in het laboratorium of de gen-reparatie mogelijk is met het zogeheten CRISPR/Cas9-systeem dat recent is ontwikkeld.  Daarbij voeg je het enzym Cas9 toe aan cellen met een mutatie. Dit enzym kan op een specifieke plek het DNA knippen. Een molecuul dat aan Cas9 is gekoppeld en speciaal wordt ontwikkeld voor een specifieke mutatie, zorgt vervolgens dat Cas9 de mutatie van de patiënt herkent en knipt. Daarna start vanzelf het natuurlijke reparatiemechanisme van de cel. Als je op dat moment een correcte versie van het gen in de cel brengt, kan het reparatiemechanisme die versie inbouwen op de plek van de mutatie.

Effect op nierschade
Als de gen-reparatie lukt in cellen met cystinose, gaat dr. Manoe Janssen uitzoeken wat het effect hiervan is, op het ziektebeloop en de nierschade. Enerzijds door herstelde cellen terug te transplanteren, anderzijds door gen-reparatie in het lichaam uit te voeren. Dit onderzoek loopt drie jaar.