Unieke transplantatiedatabank gereed

Met het onderzoekconsortium PROCARE hoopt projectleider dr. Henny Otten de matching van donornieren en patiƫnten te verbeteren. De eerste mijlpaal is er: een databank met gegevens van 5.400 transplantaties.

De standaardtest om te kijken of donor en ontvanger matchen, is dertig jaar oud en niet nauwkeurig genoeg. Soms monden transplantaties uit in een afstoting terwijl er wel een match leek. Modernere technieken voor laboratoriumonderzoek naar weefselkenmerken zijn beschikbaar, maar grootschalig onderzoek is nodig om te bepalen hoe je de resultaten moet gebruiken en interpreteren. "En dat kan nu, dankzij die databank", vertelt medisch immunoloog en projectleider van consortium PROCARE, dr. Henny Otten.

Sleutel tot betere match
"Die databank bevat de sleutel tot een betere match", vervolgt Otten. Zijn onderzoeksteam achterhaalde de klinische resultaten van in vriezers bewaarde weefsels en bloedmonsters van meer dan 5.400 transplantaties tussen 1995 en 2005. Het meeste bleek nog aanwezig; bij 80% van de transplantaties zijn bijvoorbeeld de bloedmonsters teruggevonden. Met moderne technieken is bijna alles opnieuw bekeken.
Het team heeft meer details blootgelegd, tot op DNA-niveau. En kon testen op kenmerken waarvan vroeger niet bekend was dat die relevant zijn. Bij patiënten met onbegrepen afstoting zijn mogelijk alsnog antistoffen gevonden tegen een eiwit dat de donornier had, maar waarop destijds niet is getest. Otten: "Al die data kunnen we nu naast de uitkomsten leggen: welke combinaties leidden tot afstoting, welke niet?" Verder is inmiddels bekend dat sommige combinaties van zogeheten HLA-eiwitten die niet lijken te matchen, toch geen afstoting veroorzaken; alleen is nog niet bekend welke. "Dat kunnen we nu analyseren, en kan leiden tot meer matchingsmogelijkheden."

Inzoomen en voorspellen
Zo zoomt PROCARE met moderne technieken als het ware in op oude transplantaties. Otten hoopt op basis van de databank een wiskundig model voor matching te ontwikkelen, om te kunnen voorspellen welke toekomstige donornier-patiëntcombinaties de beste kans hebben op langdurig functioneren van getransplanteerde nieren.

Enorme logistiek
Behalve dat verbetering van matching nu echt kan beginnen, is er nog een reden om de databank een mijlpaal te noemen: de grote logistieke operatie waaraan alle Nederlandse transplantatiecentra meewerken. Otten: "Medewerking is niet vanzelfsprekend, organisaties neigen meestal de eigen gegevens af te schermen. Maar iedereen deed mee vanwege het grote belang voor nierpatiënten. En omdat duidelijk is dat het onderzoek alleen een baanbrekend effect kan hebben, als je het uitvoert met een zo groot mogelijke groep patiëntengegevens."
Henny Otten werkt in Utrecht samen met immunoloog dr. Elena Kamburova, en bio-informaticus dr. Bram Wisse, en verder met transplantatiecentra en andere UMC's. "De databank wordt toegankelijk voor analyse door andere wetenschappers. En in de toekomst willen we de databank uitbreiden met nieuwe transplantatiedata. Daarom is de waarde van de databank groot."

Kortere wachtlijst
Als het lukt om de levensduur van donornieren te verlengen, door het risico op afstoting te verlagen, draagt dat bij aan een kortere wachtlijst, omdat minder mensen herhaaldelijk op de wachtlijst komen. Daarom investeert de Nierstichting in vier jaar 1,25 miljoen euro in PROCARE, dat in 2014 startte. Zie ook het projectenoverzicht.