6x subsidie voor innovatief onderzoek

De Nierstichting kent zes keer € 100.000 subsidie toe aan innovatieve onderzoeksprojecten. Vier daarvan dragen bij aan een langere levensduur van donornieren. Een vijfde richt zich op een nieuwe behandeling voor diabetische nefropathie. En een zesde project ontwikkelt een zogeheten darm-nierchip om de relatie tussen een verstoorde darmwerking en nierfalen te onderzoeken.

MRI voor meer succesvolle transplantaties

Er is nog geen objectieve methode om de kwaliteit van een nier van een overleden donor te beoordelen. Daardoor komt het voor dat artsen een donornier onterecht afkeuren. En is het niet te voorkomen dat goedgekeurde nieren na transplantatie alsnog onvoldoende werken. Een MRI-scan van de nier kan veel bruikbare informatie opleveren over de functie en overlevingskans van een donornier, maar het maken ervan is praktisch nog niet uitvoerbaar. Een donornier van een overleden persoon wordt namelijk bij voorkeur voorafgaand aan de transplantatie aangesloten op een machine die de situatie nabootst van ná de transplantatie (zogeheten machineperfusie). En de donornier kan niet met perfusiemachine en al in de MRI-scanner omdat de perfusiemachine daarvoor niet geschikt is. Dat wil dr. Cyril Moers (UMC Groningen) veranderen. Moers gaat met de subsidie van de Nierstichting werken aan een veilige, stabiele en betrouwbare perfusiemachine die geschikt is voor gebruik in een MRI-scanner en de resultaten van de MRI-scanner niet beïnvloedt. Ook gaat hij uitzoeken welke meetgegevens van de MRI-scan het best bruikbaar zijn om de kwaliteit van een donornier te beoordelen. Als dit project slaagt, zijn donornieren straks veel nauwkeuriger te beoordelen en dat draagt bij aan meer succesvolle niertransplantaties. Zie voor meer info het projectenoverzicht.

Afstoting prettiger en nauwkeuriger vaststellen

Eén op de vijf donornieren wordt vroeg of laat afgestoten. Als de bloedwaarden erop wijzen dat de nierfunctie achteruit gaat, kunnen artsen nu alleen nagaan of er sprake is van afstoting door een stukje nierweefsel uit te nemen voor onderzoek (nierbiopt). Dat is een heftige ingreep, met risico's op complicaties zoals bloedingen. Daarom gaan dr. ir. Karin de Boer (Erasmus MC) en dr. Dennis Hesselink een nieuwe methode ontwikkelen die nauwkeurig, minder risicovol en prettiger is voor de patiënt, namelijk een bloedtest. Als er afstoting van de nier plaatsvindt, raken de niercellen beschadigd. De inhoud van deze cellen belandt dan in het bloed, waaronder DNA en bepaalde bouwstenen van DNA (nucleosomen). Het DNA van de donornier verschilt van dat van de patiënt; en nucleosomen hebben specifieke eigenschappen, waardoor je kunt herkennen welke nucleosomen afkomstig zijn van de donornier. Karin de Boer gaat een specifieke techniek inzetten, zogeheten digital droplet PCR, om DNA en nuclosomen in het bloed te meten, zodat ze een verband kan leggen met afstoting. Deze techniek is al in gebruik om diverse vormen van kanker vast te stellen. Zie voor meer info het projectenoverzicht.

Acute nierschade voorkomen met extra zuurstof

Acute nierschade is een levensbedreigende aandoening, waarvoor nog geen optimale behandeling beschikbaar is. Patiënten die acute nierschade hebben doorstaan, ontwikkelen vaak chronische nierschade omdat de nieren zich niet volledig kunnen herstellen. Deze patiënten raken veelal afhankelijk van een nierfunctievervangende behandeling. Eén van de oorzaken van acute nierschade is een tijdelijk zuurstoftekort als gevolg van bijvoorbeeld een operatie, al dan niet in combinatie met ontsteking in de nieren. Prof. dr. Can Ince (AMC) gaat werken aan een methode om meer zuurstof bij de nieren te brengen om de ontwikkeling van acute nierschade te voorkomen of te verminderen.

Zuurstof is in het lichaam gebonden aan de stof hemoglobine en wordt rondgebracht door de rode bloedcellen. Door een operatie kan schade ontstaan aan de rode bloedcellen en de doorbloeding van de kleine bloedvaatjes in de nier (microcirculatie); dat veroorzaakt dan zuurstoftekort in de niercellen waardoor blijvende schade kan ontstaan. Ince gaat in het laboratorium onderzoeken of bepaalde zuurstofdragende moleculen, zogeheten HBOC's, geschikt zijn om extra zuurstof af te leveren aan de niercellen. Zo ja, dan kan dit de basis leggen voor een behandeling om acute nierschade te voorkomen of verminderen. Zie voor meer info ook het projectenoverzicht.

Noodstroom voor cellen om nierschade te voorkomen

Vóór een transplantatie is de donornier geruime tijd zonder zuurstof omdat er geen doorbloeding meer is. Dat wordt hersteld tijdens de transplantatie. Opmerkelijk is dat dit herstel bij een deel van de donornieren leidt tot beschadiging van de nier, zogeheten ischemie-reperfusie (IR-)schade, en tot een vertraagd herstel van functie. Dat leidt weer tot verminderde functie en levensduur van de donornier. Een behandeling tegen IR-schade is er nog niet. Dr. Jan Lindeman (Leiden UMC) wil dat veranderen.

Bekend is dat IR-schade kan ontstaan door ernstige schade aan de energiecentrales van de cellen (de mitochondria) in de donornier. Dit is vergelijkbaar met plotselinge stroomuitval. Schade aan de mitochondria legt processen plat die de cel in leven houden. Als de ‘stroomuitval’ te lang duurt, ontstaat ernstige schade aan de donornier. Dr. Jan Lindeman gaat op zoek naar een manier om de cel van 'noodstroom' te voorzien: in het laboratorium gaat hij onderzoeken met menselijk cellen of die op andere manieren van energie zijn te voorzien; of dat het mogelijk is om de schade aan de mitochondria te beperken - door die tijdelijk uit te zetten of te beschermen. Als dit lukt, wordt het mogelijk om schade aan getransplanteerde nieren te minimaliseren. Daardoor zullen die beter en langer functioneren. Nog een gevolg van deze behandeling zou zijn, dat een deel van de nieren die op dit moment niet geschikt zijn voor transplantatie, toch te transplanteren zijn. Zo kan dit onderzoek bijdragen aan een kortere wachtlijst voor donornieren. Zie voor meer info ook het projectenoverzicht.

Rol van darmstoornis bij nierfalen ontrafelen

Bij mensen met nierfalen hopen er schadelijke afvalstoffen (uremische toxines) op in het bloed. Deze zogeheten uremie veroorzaakt een verhoogd risico op ziektes en sterfte. Recent bleek dat uremie niet alleen ontstaat doordat de nieren de uremische toxines niet goed kunnen afvoeren, maar ook doordat de darm deze afvalstoffen in verhoogde mate produceert. Dit heet de darm-nier-as.

Er blijkt een relatie te bestaan tussen uremie en een veranderde samenstelling en stofwisseling van de darmflora. Daarbij nemen gezonde groepen darmbacteriën af, en neemt de productie van uremische toxines toe. Maar het is onduidelijk of en hoe een verstoorde darmwerking bijdraagt aan het ontstaan van nierfalen. Dat valt ook nog niet te onderzoeken, omdat er nog geen modelsysteem is: levend celweefsel dat lijkt op de situatie in het lichaam, dat je in het laboratorium kunt kweken en gebruiken om de darm-nier-as te onderzoeken. Prof. dr. Roos Masereeuw (Universiteit Utrecht) gaat nu werken aan zo'n model.

Recent hebben collega's van Masereeuw al wel een niermodel gemaakt: hele kleine nierbuisjes, die bestaan uit gekweekte menselijke niercellen op een hol buisje in een mini-doorbloedingssysteem. Daarmee is te voorspellen hoe de nier omgaat met de uitscheiding van afvalstoffen. Ook is er al een heel klein darmbuisje ontwikkeld. De onderzoeksgroep van Masereeuw gaat nu een darmbuisje aan een nierbuisje koppelen, om uremische toxinevorming in de darm en de uitscheiding via de nier te bestuderen. Dit modelsysteem heet de darm-nier chip. Als die darm-nier chip de processen goed nabootst, dan is dit te gebruiken voor vervolgonderzoek naar de darm-nier-as. En dat kan weer bijdragen aan nieuwe kennis en behandelingen bij nierfalen. Zie voor meer info ook het projectenoverzicht.

Diabetische nierschade voor komen door activatie TST

De stof thiosulfaat kan bij mensen met diabetes type 2 mogelijk helpen om hoge bloeddruk te verlagen, en nierschade en eiwit in de urine te verminderen. Wetenschappers denken dat dat komt doordat thiosulfaat een enzym activeert (thiosulfaat-sulfurtransferase,TST), waardoor de energiecentrales van de cellen (mitochondriën) beter gaan werken, en schadelijke oxidanten worden afgebroken. Bij diabetes is er namelijk sprake van verstoringen in de stofwisseling, en kan de productie van schadelijke zuurstofverbindingen verhoogd zijn. De oorzaak van zo'n verhoogde productie is onder andere een overproductie door de mitochondriën. TST kan ingrijpen op verschillende stofwisselingsprocessen. Als het lukt om TST optimaal te activeren, kan dit bescherming bieden tegen diabetes type 2 en tegen nierschade die ontstaat als gevolg van diabetes.

Prof. dr. Harry van Goor (UMC Groningen), dr. Jaap Joles (UMC Utrecht), en dr. Matthew Groves (Rijksuniversiteit Groningen) gaan nu op zoek naar activators die heel specifiek TST activeren. De onderzoeksgroep gaat verschillende kleine eiwitten testen, om te zien welke zorgt voor de hoogste activatie van TST. Daarvoor hebben zij 800 eiwitten beschikbaar in Groningen, en op Europees niveau is een internationale bank met duizenden eiwitten beschikbaar. Daarna gaan de onderzoekers met de beste eiwitten kijken of dit ook goed werkt in diermodellen voor diabetes type 2. Dit project kan leiden tot nieuwe nierbeschermende en anti-diabetische medicijnen. Zie voor meer info ook het projectenoverzicht.