Subsidie voor onderzoekstalent

Drie belangrijke onderzoeken krijgen subsidie van de Nierstichting. De projecten gaan over het verbeteren van de kwaliteit van getransplanteerde nieren, over nieuwe medicijnen voor cystenieren en over een behandeling voor nefrotisch syndroom die beter is afgestemd op de patiƫnt.

Minder schade aan donornier

Prof. dr. Cees van Kooten (LUMC) kan dankzij steun van onze donateurs een promovendus aanstellen die gaat onderzoeken welke rol een specifiek eiwit (Mannan-binding lectin, MBL) speelt bij het ontstaan van zogeheten ischemie-reperfusieschade. Dit is weefselschade die ontstaat in een donornier als gevolg van de tijdelijke afsluiting van zuurstof en voedingsstoffen tijdens de transplantatieprocedure. Herstel van de bloedtoevoer, de zogeheten reperfusie, resulteert paradoxaal genoeg in nog meer beschadiging van de nier. Studies hebben laten zien dat vroege schade aan een donornier nadelige effecten heeft op het functioneren van de nier op de langere termijn. Op dit moment zijn er echter geen manieren om het proces van ischemie-reperfusieschade te beïnvloeden.

Het is bekend dat het complementsysteem, een belangrijk onderdeel van het aangeboren afweersysteem, een rol speelt bij het ontstaan van ischemie-reperfusieschade. Het remmen van het complementeiwit MBL kan mogelijk bescherming bieden tegen het ontstaan van deze schade. Het is bemoedigend dat er al een aantal geneesmiddelen met een complementremmende werking beschikbaar is voor bepaalde patiëntengroepen. Als dit onderzoek succesvol is, levert het een belangrijke bijdrage aan een betere kwaliteit van getransplanteerde nieren en kunnen deze langer functioneren. Zie voor meer informatie het projectenoverzicht.

Nieuwe medicijnen voor cystenieren

Prof. dr. Dorien Peters (LUMC) doet veelbelovend onderzoek naar cystenieren, onder meer binnen het Consortium DIPAK. Dankzij een PhD-Student-beurs van de Nierstichting kan Peters nu een onderzoek starten naar een nieuw medicijn voor cystenieren dat beter werkt, minder bijwerkingen heeft en/of in combinatie met het huidige medicijn te gebruiken is.

Eerder heeft de onderzoeksgroep een uitgebreide analysemethode opgezet waarbij cysten gekweekt kunnen worden, door cellen in een speciaal daarvoor opgezette driedimensionale omgeving te laten groeien. Deze methode is gebruikt voor het analyseren van meer dan tweeduizend stoffen waaruit zes potentiële medicijnen geselecteerd zijn die cystegroei kunnen vertragen, maar niet schadelijk zijn voor de cellen. Er wordt nu onderzocht wat het meest effectieve medicijn is en hoe het werkt. De onderzoekers werken met veel verschillende methoden, waaronder experimenten met modelsystemen. Binnen het project kan bovendien een start gemaakt worden met het inventariseren van de mogelijkheden om medicijnen bij patiënten in de kliniek te testen. Zie voor meer informatie het projectenoverzicht.

Betere voorspelling nefrotisch syndroom

Prof. dr. Jack Wetzels (Radboudumc) doet onderzoek naar biomarkers die beter voorspellen hoe de aandoening nefrotisch syndroom zal verlopen. Bij het nefrotisch syndroom is er sprake van een ernstige beschadiging van de nierfilters waardoor er eiwit in de urine lekt. De meest voorkomende vorm is membraneuze nefropathie. Het ziektebeloop is heel verschillend: bij de ene helft van de patiënten komt de ziekte na twee tot vijf jaar spontaan tot rust (remissie); bij de andere helft treedt juist verlies van nierfunctie en uiteindelijk nierfalen op.

Op basis van het eiwitprofiel in de urine proberen artsen vooraf te voorspellen in welke groep een patiënt valt. Deze voorspelling is echter niet in alle gevallen correct. Binnen dit project gaat een promovendus daarom na, of het mogelijk is om het ziektebeloop beter te voorspellen door het meten van antistoffen. Als dit klopt, dan is de behandeling van membraneuze nefropathie beter op de individuele patiënt aan te passen. Het doel is om te komen tot minder risicovolle ingrepen (zoals nierbiopsie) en een kortere behandeling met afweeronderdrukkende medicijnen, waardoor minder complicaties zullen ontstaan. Uiteindelijk moet dit leiden tot een betere balans tussen de effectiviteit en de bijwerkingen van medicijnen. Zie voor meer informatie het projectenoverzicht.