Meer focus nodig op kwetsbare groepen bij preventiebeleid

Morgen verdedigt Iris Groenenberg, programmamedewerker preventie bij de Nierstichting, haar proefschrift getiteld ‘Check’d?! Determinants of participation in a two-stage cardiometabolic screening among underserved groups’ bij het LUMC te Leiden. Dit proefschrift beschrijft de resultaten van screening voor nierschade, diabetes en hart- en vaatziekten. Bepaalde groepen in Nederland hebben meer risico op deze aandoeningen en worden tegelijkertijd minder goed bereikt door preventieve activiteiten. Dit vergroot de al bestaande gezondheidsverschillen in de samenleving. Eén van de belangrijkste aanbevelingen uit dit proefschrift is dan ook om de focus bij preventieve screening voornamelijk op kwetsbare groepen te richten. En het proefschrift biedt aanbevelingen hoe dit aan te pakken.

Voorbeelden van kwetsbare groepen zijn mensen met een lage sociaaleconomische status en bepaalde migrantengroepen. Zij hebben meer risico op chronische aandoeningen. Zo hebben mensen met een lage sociaaleconomische status 1,5 keer meer kans op nierfalen dan mensen met een hoge sociaaleconomische status. En Turkse Nederlanders hebben bijvoorbeeld meer dan 2,5 keer vaker chronische nierschade dan autochtone Nederlanders. Het bereiken van deze groepen voor vroegopsporing is dus extra belangrijk omdat hier de meeste gezondheidswinst valt te behalen.

Achtergrond 
Preventieve screening, zoals het PreventieConsult en de Persoonlijke Gezondheidscheck, worden nu op dezelfde manier ingezet voor de gehele Nederlandse bevolking. Maar niet iedereen voelt zich aangesproken door de huidige vormen (van uitnodigen) voor screening. Aangezien kwetsbare groepen het meest te winnen hebben bij systematische screening verdient het aanbeveling om inspanningen te richten juist op deze groepen.

Aanbevelingen voor praktijk 
Door de materialen van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) van het PreventieConsult cultureel aan te passen heeft promovenda Iris Groenenberg 70% van de kwetsbare doelgroep bereikt. Zij geeft aan dat met relatief eenvoudige maatregelen het bereik onder deze doelgroep verder vergroot zou kunnen worden. “Relatief goedkope uitnodigingsstrategieën zoals (vertaalde) brieven en follow-up telefoontjes kunnen aangevuld worden met een wijkgerichte aanpak. De inzet van sleutelfiguren in de gemeenschap die het belang onder de aandacht kunnen brengen en faciliteiten om hulp met het invullen te bieden, zijn potentieel zeer interessant.” Daarnaast geeft ze aan dat de huidige focus op het nemen van de eigen verantwoordelijkheid mogelijk niet voor iedereen geschikt is. Dit geldt met name voor mensen met lage gezondheidsvaardigheden. “Uit ons onderzoek bleek dat een grote groep deelnemers met een verhoogd risico dit helemaal niet door had, en al helemaal niet dat zij zelf een afspraak moesten maken voor een afspraak bij de huisarts.”

Vroegopsporing speerpunt Nierstichting
In Nederland hebben 1,7 miljoen mensen chronische nierschade. Dit is in veel gevallen het gevolg van hoge bloeddruk of diabetes. Het merendeel van deze mensen wordt door de huisarts of de nefroloog behandeld. Bij een deel van de mensen leidt chronische nierschade uiteindelijk tot nierfalen waarbij dialyse of transplantatie noodzakelijk is. Mensen met chronische nierschade hebben een hoog risico op hart- en vaatziekten. Om deze gevolgen te voorkomen is vroeg opsporen en adequaat behandelen van groot belang. Vroegopsporing is daarom een van de speerpunten van de Nierstichting. 

Dit onderzoek is gefinancierd door de Hartstichting, het Diabetesfonds en de Nierstichting in een samenwerkingsverband genaamd LekkerLangLeven'.

Download persbericht