Projecten Consortia Programma

Met het Consortia Programma wil de Nierstichting doorbraken in onderzoek mogelijk maken die internationaal écht verschil kunnen maken voor nierpatiënten. Hieronder vind je de tot nu toe toegekende Consortiaprojecten.

K+onsortium

Veel patiënten met chronische nierschade krijgen een kaliumbeperkt dieet om een te hoge kaliumspiegel in het bloed te voorkomen. Maar recente studies laten zien dat juist patiënten die het meeste kalium eten, minder nierschade ontwikkelen. Het verband tussen kalium en nierschade werd in die studies echter niet direct onderzocht. Daarom is nog onduidelijk of dit een rechtstreeks effect van kalium is en hoe dat dan werkt. Dankzij € 1,25 miljoen subsidie van de Nierstichting wordt dat nu voor het eerst onderzocht in K+onsortium, dat een samenwerking is van Erasum MC, UMC Groningen, Leids UMC en AMC (Amsterdam).

De wetenschappers gaan onderzoek doen in het lab, maar ook met gezonde mensen, en met patiënten met verschillende stadia van chronische nierschade, om uit te zoeken of kalium de nierfunctie beïnvloedt, hoe dat dan werkt, en wat het effect is van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid kalium in het dieet. Zie voor meer informatie ook het projectenoverzicht.

Consortium LEARNS

Prednison is al veertig jaar de standaardbehandeling voor idiopatisch nefrotisch syndroom. Hoe dit middel precies werkt in het lichaam is niet bekend. Met 80% recidive is het beperkt effectief, en de bijwerkingen zijn heftig. Uit recent onderzoek onder kinderen met frequent recidiverend idiopatisch nefrotisch syndroom, bleek dat een combinatie van prednison en het middel levamisol ervoor zorgde dat het langer duurde voordat de ziekte terugkwam. Levamisol is, in tegenstelling tot prednison, geen afweeronderdrukkend medicijn en heeft nauwelijks bijwerkingen.

Antonia Bouts gaat nu met collega’s in het Consortium LEARNS uitzoeken bij kinderen die voor het eerst idiopatisch nefrotisch syndroom krijgen, of de combinatie van prednison en levamisol ervoor zorgt dat de ziekte wegblijft, of minder vaak terugkomt. Ook gaan de onderzoekers uitzoeken hoe levamisol en prednison precies werken in het lichaam. En ze gaan na wat het effect is van de combinatietherapie op de kwaliteit van leven, van de kinderen en het gezin. Verder hopen de onderzoekers biomarkers te vinden (meetbare stoffen in het lichaam) waarmee je kunt voorspellen bij welke van de kinderen de ziekte terug zal komen, en welke behandeling voor wie optimaal is. Dat doen ze aan de hand van de zogeheten biobank die de onderzoekers gaan opzetten: een databank met een verzameling van onder meer bloed- en urinemonsters, en genetische gegevens (DNA). Zie voor meer informatie ook het projectenoverzicht.

Consortium DIPAK

DIPAK startte in 2011 met € 1,5 miljoen subsidie van de Nierstichting voor klinisch onderzoek naar het remmende effect van het middel lanreotide op cystegroei in nieren. In 2016 zou DIPAK afronden maar wegens hoopgevende resultaten, is het onderzoek verlengd. De Nierstichting betaalt daaraan € 250.000 mee.

DIPAK doet onderzoek naar de behandeling van erfelijke cystenieren. Deze ziekte komt voor bij 1 op de 1.000 mensen. Zij ontwikkelen geleidelijk groter wordende vochtblazen in de nieren, waardoor de nierfunctie langzaam afneemt. Tot nu toe is er geen behandeling om de cystevorming te remmen, en het teruglopen van de nierfunctie te voorkomen. DIPAK werkt aan drie zaken.

  • Fundamenteel onderzoek naar de oorzaken van cystenieren;
  • onderzoek bij een grote groep nierpatiënten naar de ontwikkeling van de ziekte en wat daarop van invloed is, om in de toekomst het verloop van de ziekte bij invidiuen te kunnen voorspellen en te bepalen welke medicatie bij welke patiënt werkt.
  • het remmende effect van het middel lanreotide op de groei van cysten in nieren; dit is onderwerp van de vervolgstudie.

Zie ook het het startfilmpje, het projectenoverzicht en informatie van DIPAK zelf.

Uniek is dat 300 patiënten met cystenieren betrokken waren bij het gerandomiseerde en gecontroleerd klinisch onderzoek, dat een deelproject is van het Consortium DIPAK (van de UMC's in Leiden, Groningen, Nijmegen en Rotterdam).
 

Consortium COMBAT

Het onderzoeksconsortium COMBAT onderzoekt sinds 2015 bepaalde immuunreacties die ernstige nierziekten veroorzaken. COMBAT richt zich op het aangeboren immuunsysteem: het zogeheten complementsysteem. Tot voor kort werden deze nierziekten behandeld door de afweer te remmen met zware medicatie die veel bijwerkingen heeft. Er zijn nu nieuwe middelen op de markt en in ontwikkeling, die direct ingrijpen op complementroutes en deze remmen. Om die optimaal in te zetten, is echter meer kennis nodig.

COMBAT brengt de mechanismen van deze nierziekten beter in kaart. En zoekt naar biomarkers: moleculen die kenmerkend zijn voor deze aandoeningen en waarmee een betere diagnose en behandeling mogelijk is. Hierbij zijn ook patiënten betrokken. Onderzoekers testen en verfijnen diagnostische tools met bloed- en urinemonsters van nierpatiënten.

Het consortium COMBAT werkt aan drie deelprojecten. COMBAT is een samenwerking van de UMC's Leiden, Utrecht, Nijmegen, Groningen en het Bijvoet Centrum voor Biomoleculair Onderzoek (UU). Zie ook het projectenoverzicht.

Consortium Procare

Donornieren hebben een beperkte levensduur. Daardoor heeft één patiënt soms meerdere donornieren nodig, wat bijdraagt aan de lange wachtlijst. Als door betere screening voor de transplantatie de donornier beter matcht met de ontvanger, is dat te voorkomen. Het Consortium PROCARE werkt aan verbetering van die matching.

Hoe meer het weefsel van de donor lijkt op dat van de ontvangende nierpatiënt (zogeheten HLA-typering op witte bloedcellen), des te kleiner de kans op afweerreacties en afstoting. De standaardtest om afweerstoffen tegen de donornier te meten, is ruim dertig jaar oud en niet nauwkeurig genoeg. Projectleider en medisch immunoloog Henny Otten: “Modernere technieken voor laboratoriumonderzoek naar weefselkenmerken zijn beschikbaar, maar nog niet de standaard bij alle transplantaties. En de interpretatie van die resultaten is niet eenduidig. Daardoor trekken transplantatiecentra verschillende conclusies over de vraag of een donornier een match is voor een ontvanger." PROCARE wil dit verbeteren. Alle Nederlandse transplantatiecentra werken samen: ze stellen klinische resultaten beschikbaar van 5.400 transplantaties tussen 1995 en 2005 en werken mee aan nieuw laboratoriumonderzoek op bewaard materiaal van de donor-ontvangerparen.

Het Consortium PROCARE werkt aan zes deelprojecten. PROCARE is een samenwerking van de UMC's Leiden, Utrecht, Groningen, Maastricht, Nijmegen en Sanquin Amsterdam. De Nierstichting kende in 2013 € 1,25 miljoen financiering toe.

Consortium KOUNCIL

Het Consortium KOUNCIL doet onderzoek naar een gerichte behandeling van kinderen met de erfelijke nierziekte nefronoftise, de meest voorkomende erfelijke oorzaak van nierfalen bij kinderen. KOUNCIL zoekt naar de genetische oorzaken van deze ziekte, met het doel de diagnose en prognose te verbeteren. Bovendien gaat KOUNCIL de eerste stappen zetten naar een behandeling.

Nefronoftise is moeilijk te diagnosticeren doordat de oorzaken onbekend zijn, en door de grote diversiteit van gerelateerde klachten, syndromen en uitingsvormen. Projectleider prof. dr. Nine Knoers (UMC Utrecht): "Doordat nefronoftise bij een relatief klein aantal patiënten voorkomt, is het moeilijk om goed wetenschappelijk onderzoek te doen naar de oorzaken en behandeling. Maar het is de meest voorkomende erfelijke oorzaak van nierfalen bij kinderen, en de impact op de ontwikkeling van het kind is enorm. Daarom is het heel belangrijk. De internationale samenwerking binnen dit consortium maakt het mogelijk om voldoende kritische massa te creëren om onderzoek te doen naar de oorzaken en behandeling van deze zeldzame ziekte."

Het Consortium KOUNCIL werkt aan drie deelprojecten. KOUNCIL is een samenwerking van UMC's Utrecht, Nijmegen en University College London. In 2012 kende de Nierstichting € 1,25 miljoen toe aan KOUNCIL. Zie ook het projectenoverzicht en kouncil.nl.

Eerste consortium afgerond

Afgelopen najaar sloot Allovir af, het eerste Nierstichting consortium dat dankzij donateurs kon starten in 2011. Na een niertransplantatie zijn afweeronderdrukkende medicijnen nodig om afstoting tegen te gaan. Maar door deze medicijnen krijgen virusinfecties meer kans. Sommige virusinfecties bedreigen ook de donornier. Daarom is het belangrijk om na transplantatie een optimale balans te vinden tussen de nadelen van medicijnen, en het zo laag mogelijk houden van het risico op afstoting. Binnen ALLOVIR werkten onderzoeksgroepen uit het AMC (Amsterdam), LUMC (Leiden) en Radboudumc (Nijmegen) samen om het samenspel tussen de afweerreactie tegen virussen en de reactie van de eigen afweercellen tegen een donornier beter te begrijpen.